"Fotostichting Diessen"
Boek "wat Dies... meer zij"

hoofdstuk 4

Fotoboek van Diessen, Haghorst en Baarschot

Door Gust de Vries, Ad van Doormaal, Toos Soetens en Wil Vennix.

m.m.v. Piet van Bijsterveldt, Sus van Gils en Diny Teurlings

------------------------------------------
__________________________________________

Ontstaan en geschiedenis van de kerk van Diessen

pag.: 65 - 66 -67 - 68 - 69
Het klooster
pag.: 70 - 71 - 72 - 73
De St.Jozef kerk Haghorst
pag.: 74 - 75
Kapelletjes
pag.: 76
Het rijke roomse leven
pag.: 77 - 78 - 79 - 80 - 81 - 82 - 83 - 84 - 85 - 86 - 87 - 88 - 89 - 90
__________________________________________

Hoofdstuk 4: Kerk en kerkelijk leven
Ontstaan en geschiedenis van de kerk van Diessen

Willibrord, een Engelse benedictijner monnik, was rond 690 met een aantal assistenten uitgezonden om de Friezen voor het christelijke geloof te winnen. Omdat hij door de Friezen niet vertrouwd werd, kon hij zich in zijn residentie Utrecht niet handhaven. Willibrord trok naar de omstreeks 696 door hem gestichte abdij van Echternach te Luxemburg en werkte vooral in Brabant. Of hij werkelijk - zoals de overlevering wil - in Diessen gepredikt heeft, is niet met zekerheid te zeggen. Bewijzen hiervoor zijn er in elk geval niet. Wel is bekend dat hij succes had en dat menige aanzienlijke Frank (Hesterbold, Ansbald, Engelbert) hem een deel van zijn vermogen schonk. De oudste schenking is van 1 maart 712.
Door Willibrord werden deze aan hem geschonken goederen (o.a. gelegen te Diessen) weer geschonken aan de Echternachse abdij. In deze abdij werden de schenkingen en goederen in documenten omschreven en overgedragen. Zo wordt er in een document gesproken over 'Deosne', wat Diessen betekent.
Volgens de legende werd er in de tijd van Willibrord een waterput in Diessen gebouwd: het zgn. Willibrordusputje, dat zich nu nog naast de kerk bevindt en waar Willibrord destijds gedoopt zou hebben. Echter op grond van het gebruikte steenformaat moet men concluderen dat de put uit dezelfde tijd als de kerk, en dus vele eeuwen n Willibrord, dateert.
De oudste vermelding van de kerk te Diessen dateert van 1069. In dat jaar namelijk bekrachtigde Paus Alexander II de schenking aan de abdij van Echternach, o.a. Diessen met de kerk en alles wat er bij hoort.
In 1161 bezat Diessen een kapel, opgetrokken uit hout en stro. Om de geschonken goederen te beheren had de abt van Echternach op verschillende plaatsen een voogd of advocates aangesteld, die ook een vorm van wereldlijk gezag in het door hem toegewezen gebied uitoefende. Ook in Diessen hebben de benedictijnen van Echternach zich met de zielzorg beziggehouden.
In 1231 ontstond er een conflict tussen de abdij van Echternach en de abdij van Tongerlo over de kerkelijke gang van zaken in Diessen. De norbertijnen van Tongerlo deden in deze streken veel voor de ontwikkeling van het platteland. Omdat de benedictijnen de zielzorg verwaarloosde (waarschijnlijk omdat de inkomsten nog maar voor een gering deel aan de abdij ten goede kwamen) oefende de norbertijnen van Tongerlo in de praktijk de zielzorg in Diessen uit en kwamen zij zo in 1233 in het bezit van de kapel in Diessen. De kapel heeft gestaan waar nu het huidige priesterkoor staat.
Rond 1400 werd het priesterkoor gebouwd en in gebruik genomen. Het schip werd rond 1450 gebouwd, maar de architect is ondanks het goed bewaarde archief van de abdij van Tongerlo niet te achterhalen. Rond 1500 werd de toren met de twee dwarsarmen gebouwd.
Pas in 1541 werd de kerk parochiekerk en in 1556 werd ze officieel toegewijd aan de H. Willibrordus. Vr 1541 was de kerk een 'quarte capella' wat wil zeggen dat de kerkgemeenschap slechts een kwart van de gewone bijdrage aan het bisdom hoefde af te dragen.
De kerk van Diessen, zoals landmeter Hendrik Verhees haar op 9 juni 1787 grof schetste. Fouten: spits te mager en te lang, dwarsschip te hoog, de deur is er nooit geweest en het dakvenster waarschijnlijk ook niet.
Tijdens de 80-jarige oorlog (1568-1648) ondernam de staat allerlei pogingen om het calvinisme als enige ware religie te handhaven. Desondanks waren er aanvankelijk voor het uitoefenen van de katholieke godsdienst weinig of geen belemmeringen en was er zelfs sprake van een opbloei.
In 1629, met de inname van Den Bosch door Frederik Hendrik, was n van de bepalingen dat de pastoors geen kerkdiensten meer mochten verrichten. Net als elders werd ook in Diessen dit besluit genegeerd en gingen de diensten gewoon door totdat in 1635 de Staten van Holland strenger gingen optreden. De godsdienstoefeningen begonnen zich daarom meer en meer in particuliere behuizingen af te spelen. Van 1648 tot 1798 werd de kerk, tegen de wens van de bevolking, aan de R.K. kerkdienst onttrokken en enkele  keren voor de hervormde eredienst gebruikt. (Er waren nauwelijks protestanten in Diessen.) Men week uit naar Roovert, waar in 1643 op Poppels grondgebied een grenskerk gebouwd werd en waar gelovigen uit Hilvarenbeek en Diessen hun parochieleven konden voortzetten.
Na 1672 (oorlog met Frankrijk) werden de bepalingen wat soepeler en mochten schuurkerken gebouwd worden, kerken met het uiterlijk van een schuur en in niets lijkende op een kerk, dus geen altaren, beelden of beschilderingen. Tegen betaling kon men daar kerkdiensten houden.
In 1722 werd in Diessen een schuurkerk opgericht, waarschijnlijk aan de Willekensdreef, nu nog 'de Oude Pastory' genoemd. In 1737 werd er een tweede gebouwd aan het Laar, tussen huidige Laarstraat en de Reusel.
Het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795 bracht godsdienstvrijheid. De eerder aan de katholieken ontnomen kerk in Diessen werd nu aan hen teruggegeven. Bij het herstel van de kerk in 1798 werd het interieur op bescheiden wijze aangepast aan de barokke bouwtrant, die toen in de mode was en zich vooral manifesteerde in het kerkmeubilair. Daarbij werden de spitse scheibogen tussen de pilaren rond gemaakt, maar zo dat de oude spitsbogen zichtbaar bleven. De kap werd gestukadoord.
In 1859 werd de toren door Hendrik van Tulder gerestaureerd.
In 1937 werd o.a. de houten wand tussen kerk en portaal vervangen door een anderhalfsteensmuur, waarin een toegangsdeur voor de kerk werd aangebracht. In de oorlog werd de muur weer verwijderd om de mensen kans te geven de kerk tijdens luchtalarm eerder te kunnen verlaten.
In 1943 verloor de toren zijn klokken, die vanaf 1821 in de toren hingen, aan de Duitsers. In 1944 liep de kerktoren ernstige schade op door granaatscherven, en in 1957 kreeg de toren een grote opknapbeurt o.l.v. architect Pontzen uit Tilburg.
In 1971 werd de kerk gerestaureerd door architect Geene uit Eindhoven en in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Het pleisterwerk werd afgebikt en het stucgewelf werd vervangen door 'n origineel eikenhouten tongewelf.
Vanaf 1234 tot 1830 heeft de abdij van Tongerlo de Diessense kerk van zielzorgers voorzien. (De eerste was Gerardus Blondelaer en de laatste Siardus van Dijck, in 1804 benoemd en op 1 febr. 1830 te Diessen overleden.) Vanaf 1830 werden de pastoors benoemd door het bisdom Den Bosch; voor Diessen waren dat respectievelijk:
1830-1878 J. Boeren
1878-1887 P. Jacobs
1887-1901 A. van Iersel
1901-1922 P. Notten
1922-1932 H. van Enschot
1932-1961 M. van der Linden
1961-1977 J. Vogels
1977-heden A. Kraanen
Pastoor Notten, die van 1901-1922  zieleherder in Diessen was.
De Diessense kerk heeft door de eeuwen heen zijn oorspronkelijkheid behouden. Het is een pseudo-basiliek van baksteen met een houten overkapping, een in de Kempen op meerdere plaatsen voorkomend geliefd kerktype. De lange spitse en scherpe toren staat in de omgeving bekend als 'Stopnaold' en deze naam was ook lange tijd bijnaam voor de Diessennaar. Later werd het de naam van de carnavalsvereniging van Diessen: 'de Stopnaolden'. De rijkdom van de toren was voor de middeleeuwse bevolking een status-symbool die de vreemdelingen al van verre tegemoet moest komen.Het is verbazingwekkend dat in 1500 Diessen met hoogstens 1000 inwoners zo'n rijk bewerkte toren, met maar liefst vijf geledingen, kon opbrengen. Misschien doordat ons dorp zich als bedevaartplaats begon te manifesteren, maar aannemelijker is dat Diessen een paar niet onbemiddelde inwoners had. De toren is in tegenstelling tot de kerk, die aan het bisdom Den Bosch behoort, gemeentelijk bezit.
De H. Willibrordus, patroonheilige van de Diessense parochie. Het beeldje werd in de tijd dat Van der Linden  pastoor was, boven op de rommelzolder van het koetshuis van de pastorie gevonden. Een pater kapucijn nam het beeldje mee naar Tilburg, en daar maakte men er een nieuw handje aan. Nu staat het beeldje boven de deur van de sacristie in het priesterkoor.
De toren werd in 1957 door architect Pontzen uit Tilburg gerestaureerd.
Interieur van de kerk in de twintiger jaren. Met de restauratie in 1971 werden de kerkbanken vervangen door Brabantse knopstoelen met zgn. bruggen onder de zitting en verdween het middenpad.
Het Van Hirtum-orgel, dat zich tegen de toren bevindt, met beelden van bazuinende engelen en een harpspelende koning David, steekt hoog boven al het overige houtwerk uit. Het is in 1859 gebouwd door de Van Hirtums, een bekend orgelmakersgeslacht uit Hilvarenbeek. Veel van het snijwerk is gemaakt door ene Vingerhoets uit Diessen, die zijn Timmerwerk plaats in de huidige Willibrordusstraat had. Het Diessense orgel is waarschijnlijk het laatste instrument dat de werkplaats van Hilvarenbeek verliet. Bij de restauratie in 1937 werd het orgel vanuit de balustrade tegen de toren geplaatst en kwamen de klavieren aan de voorkant. Hierbij werd de orgelkast ernstig verminkt. Door de kerkrestauratie in 1970 kwamen er veel kalkresten van het gesloopte tongewelf in het orgel terecht, waardoor het pijpwerk ernstig, maar gelukkig niet onherstelbaar beschadigd werd. Door een gevonden oorspronkelijke ontwerptekening van het orgelfront kon het orgel in 1976 door orgelmaker Vermeulen te Weert gerestaureerd worden en weer op zijn oorspronkelijke plaats, zoals vr 1937, teruggezet worden.
Het Hoofdaltaar met schilderij (waarop willibrord bij de H. familie spreekt voor een moeder met een ziek kind) uit het begin van de 19e eeuw, met horizontale kandelaber, zuilen en fronten. De zuilen komen uit de kerk van Loon op Zand, de engeltjes uit Amsterdam. Naast dit schilderij zien we glas -in-loodramen, die in 1940 door de Diessense bevolking geschonken zijn. Rechts de prediking van Willibrordus en links kerk en wapen van Diessen. Op de voorgrond nog de in barokstijl gesneden communiebank, bestaande uit zeven panelen tussen pilasters.
De in 1910 gebouwde sacristie aan de noordkant van het priesterkoor viel bij de laatste restauratie in 1970 onder de slopershamer; er kwam een nieuwe stijlvolle sacristie voor in de plaats, voorzien van zadeldak in tweevoud. de minder fraaie zinken dakgoot werd vervangen door een zgn.schamp- of Limburgse goot.
De Calvariberg op het kerkhof. In het 'kapelletje' kon men afscheid nemen van de gestorvene. De engelen verwijzen naar het laatste oordeel en staan nu op pilasters bij de kerkhofmuur.
De eiken preekstoel, die van voor 1748 moet dateren, want toen werd deze verfraaid met de beelden van de vier evangelisten Marcus, Mattheus, Lucas en Johannes.
Het Klooster

Stichteres van het klooster is Marie Theresia van Wetten. Theresia van Wetten was in 1805 in Oerle geborenen was dienstbode bij de Diessense pastoor Boeren. In 1873 overleed zij in Diessen, waarna het nog zo'n vijftien jaar duurde voordat het door haar gewenste liefdehuis in Diessen werkelijkheid werd, want Theresia wenste haar bezitting 'te besteden tot een nuttig einde en wel hetzelve af te staan voor een liefdehuis, hezij voor de gemeente Diessen of elders' en stelde daartoe het voor die tijd aanzienlijke bedrag van 10.000,00 beschikbaar. Met haar geld en met bijdragen van andere weldoeners werd het St. Theresiagesticht gebouwd voor de 'Zusters van Liefde van de Congregatie van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid'. Naar een ontwerp van architect Gooiaards werd in 1883 begonnen met de bouw van het complex. De eerste steen werd in 1884 gelegd door pastoor Jacobs en in 1888 werd het klooster door de zusters betrokken. De bijbehorende kapel dateert volgens een gevelsteen uit 1894. Bijna een eeuw verbleven de zusters in Diessen en hadden ze hier hun inbreng in het maatschappelijke leven. Vooral hun betekenis voor het plaatselijke onderwijs is erg groot geweest.
In het begin van de jaren '80 besloot de congregatie het Diessense klooster te sluiten. De zusters verdwenen naar elders en op 28 november '85 werd het gebouw officieel overgedragen aan de koper, de gemeente Diessen. Na lange discussies over de vraag of klooster of kapel in de nieuwe plannen konden worden gehandhaafd, werd uiteindelijk gekozen voor totale sloop.
Nu resteert nog de voormalige kloosterboerderij (Molenstraat 12), het zusterkerkhofje (thans ingericht als parkje) en het Perenlaantje.
Het Theresia-klooster in 1910 in zijn oorspronkelijke staat met rechts vooraan de eerste Diessense meisjesschool. Daarvoor is nog het kerkplein met de vijver te zien.
Het verbouwde klooster. In 1912 verhuisde de meisjesschool en werd er een verdieping bovenop gebouwd door aannemer Janus Vugts. Beneden kwam de kloosterkeuken met refter, boven de cellen voor de zusters.
De kapel van het St. Theresia gesticht. Zr. Monica en Zr. Jecundis, die kosteres waren, zorgden jarenlang ook voor de versiering in deze kapel. Later werd hun taak overgenomen door zr. Alverna.
De binnenplaats van het voormalige klooster, die door de vele bloemen en planten een ware lust voor het oog was. In de beginjaren van het klooster werden veel tbc-lijdende zusters in draaibare 'hokjes' in de tuin in de openlucht gelegd en verzorgd.
Het interieur van de kloosterkapel. Na de oorlog werd de inrichting soberder maar praktischer.
De achterzijde van het klooster, met op de hoek rectoraat, bibliotheek en ingang kapel.
Boven op het platdak werden, evenals in de verschillende 'prieeltjes' in de kloostertuin, de tbc-patinten buiten gelegd.
'Knutseldag' op de binnenplaats van het klooster (22 augustus 1944).
Op de foto zien we rector Diels, die van maart 1940 tot september 1946 rector was. Een meisje dat zich aanmeldde om in het klooster te gaan, moest verschillende fasen doorlopen vooraleer zij zich 'bruid van Christus' mocht noemen. Er waren per orde en congregatie wel verschillen, maar in grote lijnen verliep het als volgt. Het eerste half jaar was zij postulante, een periode waarin kennismaking met het klooster als het belangrijkst werd geacht. Daarna werd zij 'gekleed': zij ontving de sluier en het kloosterhabijt en werd voortaan 'novice' genoemd. Daarop volgde een 'canoniek jaar', dat besloten werd met het afleggen van de 'kleine gelofte' en mocht ze als geprofeste het kruis op haar habijt dragen. Na drie jaar legde zij de eeuwige gelofte van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid af en kreeg zij de ring aan haar vinger geschoven als teken van het geestelijk huwelijk met God.
Het lijkt een foto, die genomen is voor of na een uitstapje, maar waarschijnlijk is de foto zomaar gemaakt, nadat voerman Hoosemans met drie zusters (zr. Lucas, zr. Hadrina en zr. Thimothee) en nog een onbekende man naar Moergestel waren geweest. De zuster met sleutel, links op de voorgrond, moet zr. Maurice, de portierster, zijn. Naast haar zr. Monica.
Zuster in de recreatiezaal van het klooster. Deze foto's laten tevens zien hoe in de loop der jaren de kleding van de zusters is veranderd.
In 1966 werd deze dracht ingevoerd. De allerlaatste ontbreekt, namelijk het blauwe mantelpakje waardoor uiterlijk vele religieuze ook in onze tijd nog herkenbaar zijn.
De St. Jozef kerk Haghorst

Haghorst is een vrij jonge parochie. Door de mislukte zitplaatsenverpachting in de Willibrorduskerk (wegens een tekort aan zitplaatsen) stelde men kort na de Tweede Wereldoorlog een commissie samen, met als doel het oprichten van een eigen Haghorstse kerk. De toenmalige pastoor Van der Linden betuigde zijn instemming en zou zorg dragen voor de bisschoppelijke goedkeuring. Er werd een stichting in het leven geroepen om met vrijwillige bijdragen een beginkapitaal te vormen. De noodkerk zou zo gebouwd worden dat bij de kerk een pleintje zou komen, waaraan later de definitieve kerk moest worden gebouwd.
Met bijdrage van de gehele Haghorstse gemeenschap en materile steun van de gemeente Diessen kon men beginnen naar een ontwerp van architect Pontzen uit Tilburg. Het grondwerk werd door de Haghorstenaren zelf verricht. De bouw ging erg snel, doordat aannemer Van Gijsel door heel Haghorst geholpen werd. Iedereen hielp met aanvoer van stennen en zand en zelfs het zagen van het hout.
Op 6 oktober 1946 legde pastoor Van der Linden de eerste steen en met kerstmis in het zelfde jaar werd de kerk ingezegend. Elke week werden er op zondag twee heilige missen door kapelaan Van Leest gedaan. Intussen bleef Haghorst ijveren om een zelfstandige parochie te mogen worden, wat in 1949 uiteindelijk ook lukte. Bisschop Mutsaerts van Den Bosch erkende m.i.v. 22 juli Haghorst als zelfstandige parochie met als patroon St. Jozef. A. Verstijnen werd benoemd als pastoor van de nieuwe parochie.
De St.Jozefkerk in 1950.
In 1950 werd de Haghorstse kerk uitgebreid met een sacristie en een portaal aan de achterzijde. Ook werd in datzelfde jaar de pastorie gebouwd.
Op 1 november 1956 wordt pastoor Jilissen verwelkomd door burgemeester Otjens. Toeschouwer zijn o.a. Graad Linnemans - Sjef van Doormaal - Sjan Diepstraten - Piet van Bijsterveldt - Lia Neggers.
Het interieur van de St. Jozefkerk zoals het er oorspronkelijk uitzag bij de opening. In de loop der jaren is het interieur aangepast en vernieuwd. In 1968 werd de kerk uitgebreid met twee zijgangen, een nieuwe vloer en eikenhouten banken. Door deze laatste verbouwing groeide dit gebouw, aanvankelijk slechts bedoeld als noodkerk, uit tot een volwaardige kerk en was ze in 1968 voor mgr. Bluyssen aanleiding de kerk te consacreren en daarmee te verheffen tot officile parochiekerk.
Pastoor Verstijnen, die van 1949-1965 pastoor van de nieuwe parochie Haghorst was.
Burgemeester Wijnhoven, te midden van het kerkbestuur, houdt een toespraak bij het inhalen van de eerste Haghorstse pastoor, A. Verstijnen (1949). V.l.n.r. Nol Donkers, Graad Linnemans, , Janus van Bijsterveldt, Hannes de Greef, Jans van Overdijk-Hendrikx.
Kapelletjes
De Mariagrot, gebouwd door de bewoners van Baarschot uit dankbaarheid voor de bescherming tijdens de oorlog. Op 15 augustus '45 hield pater Fidentius de feestpreek en werd de grot onder belangstelling van de gehele gemeente ingezegend. Tevens werd een oorkonde ingemetseld waarop de namen van alle Baarschottenaren vermeld staan.
Kapelletje op de gemeentegrens Diessen-Hilvarenbeek, gewijd aan Maria, Troosteres der Bedrukten. De kapel is in 1945 gebouwd met stenen van woningen en boerderijen in 't Loo, die door de bombardementen van oktober '44 verwoest werden. In de kapel is een houten bord te zien met daarop de namen van alle oorlogsgevallen uit Diessen en Hilvarenbeek.
Kapelletje in de Echternachstraat.
In 1950 bouwden studenten, die n week in Diessen op kamp waren, dit kapelletje ter ere van 'O.L.-Vrouw van Brabant, ons aller Moeder en Hertogin' naar een ontwerp van Eindhovenaar F. Vervest.
In het begin van deze eeuw en tot lang daarna, stond in Brabant het katholieke geloof centraal in het leven van alledag. De religie bepaalde het hele bestaan, alle heersende waarden en normen van toen werden door de Kerk vastgesteld. De Kerk had een strenge moraal, die men de gelovigen voorhield en die door hen zonder meer aanvaard werd. De kerkelijke gezagsdragers stonden in hoog aanzien en werden gerespecteerd; pastoors hadden gelijk omdat ze pastoor waren. In 'ware donderpreken' werd vaak verkondigd wat vooral nit mocht en er werd gedreigd met 'eeuwige verdoemenis'. Zo nu en dan kwam er een welbespraakte kapucijn redemptorist in de parochiekerk, die de gevolgen van allerlei zonden op luidruchtige wijze onderstreepte. Mensen werden, zoals veel ouderen nu nog zeggen, 'bang gemaakt'.

Kerk en school waren nauw met elkaar verbonden. De pastoor kwam wekelijks op school om de catechismus te overhoren. Vr 1929 ging de Diessense jeugd, 's morgens vr school, naar het patronaat voor de catechismusles. Op school werd dagelijks navraag gedaan wie 's morgens naar de heilige mis was geweest, en het resultaat van deze dagelijkse kerkgang was vaak een 'nul' op het rapport voor 'kerkverzuim'. Vaak kreeg de jeugd op school als beloning devotieprentjes, die zorgvuldig bewaard werden in het eigen kerkboek. Kinderlijke mijlpalen, zoals eerste heilige communie, biecht, vormsel en plechtige communie, werden op school maandenlang voorbereid en geoefend. De dag van St. Thomas (21 dec.) werd door de schooljeugd graag gevierd. Op deze dag werd de onderwijzer buitengesloten of -gezet, en hij mocht pas weer binnen nadat hij een vrije dag beloofd had of iet gaf.

Een katholiek gezin was meestal een groot gezin en men had grote families met veel ooms en tantes, neven en nichten. Het gebruik van voorbehoedmiddelen was voor katholieken gezinnen zeker vr 1960 taboe. Bij de doop van een pasgeborene was vrijwel nooit de moeder aanwezig, want de baby werd als het enigszins kon op de geboortedag zlf, of anders toch zeker op de volgende dag gedoopt. Moeders gingen na hun bevalling pas op straat als ze hun 'kerkgang' gedaan hadden, het eerst kerkbezoek na de geboorte van het kind. Deze plechtigheid was bedoeld om 'gezuiverd te worden' en was voor veel 'kerkgaande' vrouwen een gnante aangelegenheid, maar toch deed iedereen het.

In het gezin was een nauwe relatie met de religie zichtbaar. In elk huis hing een kruisbeeld tegen de muur met een palmtakje erachter en van het wijwaterbakje eronder werd veelvuldig gebruikt gemaakt. Zaterdag voor Pasen en Pinksteren haalde elk gezin meerdere flessen wijwater in de kerk. Deze werden thuis in de kelder gezet, zodat men ze ten allen tijde kon pakken, b.v. bij onweer of als er iemand bediend werd. Ook de wijwatervaatjes, meestal op elke slaapkamer hingen, werden hiermee gevuld. Ook waren de meeste wandversieringen destijds godsdienstig getint: spreuken, heilige en andere vrome afbeeldingen zag men in elk huis en een Maria- of H. Hartbeeld, soms onder een stolp, ontbrak zelden. Elk kind en ook iedere volwassene droeg wel een medaille op zijn hemd, het zgn. van stof gemaakt 'scapulier', gekregen bij de eerste heilige communie.

De geloofsbeleving kwam dagelijks terug in gebeds- en andere praktijken. Voor en na het eten werd er consequent een Engel des Heren of een onzevader met weesgegroet gebeden, voor en na het slapen gaan een avond- resp. morgengebed. 's Avonds bad men met het hele gezin het rozenhoedje, een derde gedeelte van de rozenkrans, en in de meimaand of oktober zelfs een hele rozenkrans. Onweerde het 's nachts, dan werden vooral bij huizen met een strooien dak, i.v.m. brandgevaar na blikseminslag, alle kinderen uit bed gehaald en er werd gezamenlijk gebeden. Vaak ook werd er bij hevig onweer met het op Palmzondag gewijde palmtakje door het huis gegaan. Betrok men een nieuw huis, dan werd het pas een 'thuis' nadat de pastoor het ingezegend had. Een witte mik kon men pas smakelijk verorberen als moeder de vrouw er voor het snijden ervan, met het mes een kruisteken op getikt had. Een geweldige belevenis voor het gezin was wanneer een zoon of dochter intrad in het klooster of tot priester gewijd werd. Bij zn priesterwijding vierde het hele dorp zijn eerste heilige mis op de eerste zondagna zijn wijding, in de parochiekerk van zijn ouders, uitbundig mee.

De kerk van vroeger was rijk aan tradities. Op 3 februari kreeg je in de kerk de Blasiuszegen: twee kaarsen sloten gekruist om je keel en zo was je gevrijwaard van allerlei keelziekten. Op 3 november werd het meegebrachte 'St. Hubertus-brood'in de kerk gewijd, dat een middel tegen hondsdolheid was. Op Aswoensdag, de eerste dag van de vaste, haalde iedereen een ,askrske'. Met name de jeugd probeerde het krske zo lang mogelijk te laten staan, want als het er met Pasen nog op zou staan, kreeg je voor niks van de pastoor een nieuw pak..... althans dat werd verteld. In de vastentijd werd door de jeugd niet gesnoept en elk kind bewaarde zijn zoete kostbaarheden zorgvuldig in een trommeltje Ook de snoepjes die men op vastenaovond ophaalde met de 'doedelpot', een blik met daaroverheen een strakgespannen varkensblaas met een rietje erdoorheen, verdwenen hierin. kreeg men geld, dan was dat vaak voor de missie.
                                                                                                                   
78
Elke vrijdag gold als 'onthoudingsdag' en op zo'n dag was vlees eten uit den boze. In de vastentijd werd er minder gegeten en je mocht slechts n keer per dag een volle maaltijd gebruiken. Net als op alle vrijdagen, mocht je ook op zaterdag in de vaste geen vlees eten. Deed je dit toch, dan kon je f flink bidden, f zoals het in de volksmond heette 'zuivelgeld' betalen. Voor 0,15 ct. per keer gaf de kerk je de mogelijkheid om het af te kopen. Op vastenaovend (zondag, maandag, dinsdag vr Aswoensdag) was er het 'veertig-urengebed'. Het hele dorp werd ingeschakeld om ervoor te zorgen dat er constant iemand in de kerk aan het bidden was. Er werden wijken en buurten voor een bepaalde tijd ingedeeld. Na zo'n uur in de onverwarmde kerk werd men afgelost door de volgende. Ditzelfde gebeurde met 'de Eeuwigdurende Aanbidding'. In het Bisdom kreeg elke parochie een vaste dag toegewezen waarop continu gebeden werd. Voor Diessen was dit op 17 februari. Klooster e.d. zorgden ervoor dat er 's nachts gebeden werd. Op Allerzielen (2 november) ging men de Portiuncula-aflaat verdienen. In de volksmond heette dit 'pesjonkelen'. Men bad in de kerk vijf onzevaders, vijf weesgegroeten en vijf maal 'glorie zij de Vader'. Na even buiten geweest te zijn herhaalde deze gebedsvolgorde zich De bedoeling hiervan was om voor de kleine zondaars in het vagevuur aflaten te verdienen, zodat ze over konden gaan naar de Hemel.

Sommige kerkelijke tradities waren voor de gelovigen welkome afwisselingen in het dagelijks bestaan, ook omdat de ontspanningsmogelijkheden van toen beperkt waren.(Een vrije zondag bestond in die dagen uit het gaan naar de eerste mis, hoogmis, lof en congregatie, dus veel vrije tijd bleef er niet over.) Zo gingen velen ter bedevaart en liepen met processies mee. De bedoeling hiervan was, de gelovige in zijn geloof te sterken, om God en/of een heilige te bedanken of juist om iets af te smeken. In Diessen kende men de H. Hartprocessie 'Achter de ramen van de huizen waar de processie voorbij kwam, stonden H.Hartbeelden.' (de derde vrijdag na Pinksteren), de sacramentsprocessie (de tweede donderdag na Pinksteren), een kleine processie met de Kruisdagen, en Diessense Pinksteren, een bedevaart ter ere van Willibrord. De route was versierd met witte palen met vlaggen en mandjes, waarin de omwonende bloemen zetten. Met de kruisdagen (drie dagen voor Hemelvaart) trok men drie dagen in processie door de velden om een goede oogst af te smeken. In Diessen gebeurde dit meestal door de kerk, maar een enkele keer door de pastorie - en kloostertuin. Diessense Pinksteren begon op eerste Pinksterdag met een processie, die rond de kerk trok en waarbij meestal voor de kerk, bij het rustaltaar, een preek werd gehouden door een kapucijn. In de kerkstraat stonden verschillende kraampjes waar men snoepgoed, noga, fruit en ijs e.d. kon kopen. Van heinde en verre kwam men jaarlijks naar dit traditionele feest on o.a. ook de kinderzegen te ontvangen.

Bovenstaande devotievormen hebben tot de vijftiger jaren stand kunnen houden, maar door de ontwikkelingen en veranderingen in de maatschappij veranderde ook de geloofsbeleving en moest de zo eensgezinde, sterk georganiseerde katholieke kerk zich aanpassen en meedoen met hervormingen en vernieuwingen. Met name door de Tweede Vaticaanse Concilie in het begin van de zestiger jaren kwam er een nieuwe wind door de kerk: er kwam 'dialoog' met de gelovigen. Er kwamen gespreksgroepen, jongerenmissen, er werden avondmissen ingevoerd, het nuchter blijven (na middernacht niet meer eten of drinken) voor de communie en het vasten werden soepeler. De meest zichtbare vernieuwing was wel het omkeren van het altaar, zodat de priester met het gezicht naar het kerkvolk stond. In de mis werd weinig of geen Latijn meer gesproken, de communie werd op de hand uitgereikt door de priester, maar ook door leken. Ook vrouwen mochten voortaan aan het altaar staan, f om voor te lezen, f als misdienaar. Veel traditionele devoties verdwenen en behoren nu tot het verleden... tot het eens zo Rijke Roomse leven.
Misdienaars met de traditionele kleding: de toog met daar overheen de superplie.
v.l.n.r. Toon van Helvoirt C.z. - Frans van Hoof J.z. - Piet van Hoof J.z. - Jo Timmermans J.z. en Martinus de Brouwer H.z. voor de sacristie t.g.v. het zilveren priesterfeest van pastoor Van Enschot (1926). De misdienaars gaven hem de koperen wijwaterkwast die ruim 10,00 kostte, een groot bedrag voor die tijd. De hoge kosten werden echter enigszins goedgemaakt door de vele traktaties voor de misdienaars nl. chocoladetabletten van  Jamin (waarmee de broer van de pastoor connecties had).
Pastoor Van Enschot vierde op 1 juni 1926 zijn zilveren priesterfeest en poseerde voor de pastorie tussen enkele notabelen van het dorp.
Boven: Sjaak van Riel - Henk van Bladel - Langenberg (dir. boterfabriek).
Midden: Jan Kroot - Lowieke van Gils - Coob van de Wal - meester Loonen - Sjef van Dijck (d'n brouwer) - meester Wagtmans - Norbert van Dijck (de sik) - Jan van den Hout - Sjef Verhoeven.
Zittend: burgemeester Nijssen - pastoor H. van Enschot - rector Van Sleeuwen.
Pastoor van der Linden werd op 22 april 1932 door burgemeester Voets en zijn echtgenoten gefeliciteerd t.g.v. zijn installatie in Diessen in het patronaat. Na de pastoor zien we zijn broer en de heer en mevrouw Van Rossum. Deze laatste was een zus van de pastoor.
Pastoor Vogels werd in 1961 t.g.v. zijn zilveren jubileum van de pastorie afgehaald en naar de kerk begeleid.
Na de eerste h. mis van pater Kees Donkers in 1964 voor de St. Jozefkerk.
1 Kees Donkers - 2 Nol Donkers - 3 mevr. Donkers - 4 Sjan van de Wiel - 5 Henk van de Wiel - 6 Nellie van de Vondervoort - 7 Maria Schilders - 8 Thea Kroot - 9 Sjan van Doormaal - 10 Tiny Michielse - 11 Carina van de Wiel - 12 Ad Thomassen - 13 Riet Thomassen - 14 Harrie Schilders - 15 Joke Rombouts - 16 Riet van Bijsterveldt 17 Willemien der Kinderen - 18 Kees Schilders - 19 Annie van de Meijdenberg - 20 Hanneke van de Vondervoort 21 Hennie Michielse. De man bij de kerkmuur is Sjaak Rombouts.
T.g.v. Misweek, een soort retraite in eigen dorp. Uitvoering van het Misspel van Caldron in 1954.
1 Anny van Gestel Pd. - 2 ? - 3 ? - 4 ? - 5 Jo Heuvelmans J.d. - 6 Mieke Broeders - 7 ? - 8 Jeanneke Derks - 9 Rieky van Riel Ant.d. - 10 Tonny van Rijthoven H.d. - 11 Nelly van Hoof - 12 Mien van den Hout - 13 Harry Spieringhs - 14 Tonny van Riel - 15 Cor Nooijens H.d. - 16 Diny Teurlings - 17 Frieda Teurlings - 18 pater ? - 19 ? - 20 Lia Janssen F.d. - 21 Dineke Hordijk - 22 Mien Heuvelmans J.d. - 23 Jo Vingerhoets Pd. - 24 Bertha Vingerhoets Pd. - 25 Riet Timmermans - 26 Hannie van Dijck - 27 Toon van Stokkum - 28 Nelly Spieringhs - 29 Riet van Hees - 30 Jo van Hees - 31 Cis Vingerhoets Ant.d - 32 Joke Vingerhoets Ant.d. - 33 ? - 34 Rietje Reijrink H.d..
Meester Willem Khne creert een van zijn prachtige, unieke zaagmeeltekeningen( 1950)
De sacramentsprocessie in de Julianastraat. Alle meisjes en vrouwen hadden destijds bij hun kerkgang steeds een hoed of mutsje op en steeds iets met lange mouwen aan.
Processie bij het H. Hartbeeld op het Laar omstreeks 1930.
Vanaf 1926 tot het eind van de vijftiger jaren was de H. Hartprocessie op de derde vrijdag na Pinksteren een jaarlijks terugkomend feest in Diessen, dat met veel elan gevierd werd. Een uitgebreide stoet met bruidjes, koor, harmonie, gilden, congregatie enz. trok al biddend en onder kerkelijk gezang naar het H. Hartbeeld, waar een preek gehouden werd. De processieroute was helemaal versierd met bloemen, vlaggen e.d. Uniek waren de prachtige tekeningen, die de meesters W. Khne en J. Roffelsen met geverfd zaagmeel op de weg maakten.
Het H. Hart is steeds gezien als een symbool voor de liefde van God voor de mensen, en de eerste vrijdag van de maand gold als de dag, speciaal toegewijd aan het H. Hart. Alhoewel de kerk in Rome aanvankelijk (in de 19e eeuw) niet zo'n voorstander was van de H. Hartdevotie, groeide de beweging en werd ze later gestimuleerd door verscheidene instanties, o.a. door de paters van het H. Hart vanuit Ginneken, in de volksmond ook wel 'picpussen' geheten.
In 1926 namen, net als elders, ook de Diessenaren het initiatief om hier een H. Hartbeeld op te richten. Op de achterkant van het voetstuk van het beeld staat kort de geschiedenis vermeld:
'Door de inwoners van Diessen aangeboden als blijk van liefde en hoogachting aan den zeereerwaarde heer pastoor H. van Enschot op zijn zilveren priesterfeest 1 juni 1926.'
Het beeld werd destijds op het Laar geplaatst, op een stukje grond van de gemeente en van Antje Verhoeven, waar het tot 5 maart '66 bleef staan. Daarna werd het verplaatst naar de hoek Rijtseweg-Molenstraat waar het nu nog staat, alhoewel nu aan de andere kant van de straat. Zoals u kunt zien op de foto, stonden er omstreeks 1930 nog maar weinig huizen. Links ziet u de huidige panden nr. 5 t/m 11. ln de verte is de Rijtseweg te zien.
Processie in 1960 in de Willibrordusstraat met de 'Broeders van het Sacrament', die de flambouwen dragen. Deze 'Broeders' werden door de pastoor uitgekozen en het was een eer om tijdens de processie met de flambouw mee te mogen lopen.
V.l.n.r. Jan Reijrink - Jan van Dal - Janus Kroot - ? - Jo Timmermans - Harrie van Riel - ? - Kees de Vries - burgemeester Wijnhoven - Harrie van Hees - Tinus Roozen.
Het rustaltaar met het H. Hartbeeld met kapelaan Van Corven.
Janus en Jo van Dal t.g.v. kindsheidoptocht in 1938
Het einde van de H. Hartstoet in juni 1930. V.l.n.r. Jan van Gestel J.z., bijgenaamd 'de kolenboer'- Kees Schoenmakers, veldwachter - Lowike van Gils, kerkmeester - pastoor Van Enschot - Willeke Timmermans, kerkmeester.
De Kindsheidgroep uit 1925.
Zij beelden de H. Elisabeth uit, die brood naar de armen brengt. Elisabeth is hier Jans van Nieuw kuijk H.d. Naast haar als haar slippedraagster (hofdames), links Miet Maandonks J.d. en rechts Anneke van Gestel J.d. De kinderen met de mandjes zijn Dien Koppens P.d. en Anneke van Knegsel D.d.
De Kindsheidoptocht van 1937.
V.l.n.r. Willeke van Knegsel H.z. - Toon Vingerhoets Ant.z. - ? Heuvelmans F.z. - Ad van Gils W.z. - Toos Smolders B.d. - Lina RoozenM.d. - Thera Roozen P.d. (met mandje) - Anneke Bekkers W.d. - Janus Nooijens P.z. - Jans Verhoeven N.d. - Door Veldman - Jan van Korven Adr.z. - Harrie de Greef.
De Kerk maakte veel propaganda voor de missie. In ieder huis stond wel een missiebusje, hing een missiekalender en verscheen regelmatig een missieblaadje. Ook in jeugdbladen zoals 'de Engelbewaarder' en 'Roomse jeugd' werd veel aandacht aan de missie besteed. Kinderen waren automatisch lid van het genootschap van de heilige Kindsheid. In Diessen werden regelmatig Kindsheidoptochten gehouden, waarin kinderen vaak meeliepen als negertjes, Chineesjes en indiaantjes, maar ook als pater en zusters. Meestal ging de optocht van school, klooster en kerk uit en werden de kinderen ook op school aangekleed. Net als bij de processie, stond tijdens de optocht bij alle huizen langs de route een met bloemen versierd H. Hartbeeld met een kaarsje ervoor.
Kindsheidoptocht voor de kleintjes in 1937.
Als je nog op de bewaarschool zat, mocht je niet met de grote optocht, die op zondag door het dorp trok, meedoen. Als alternatief was er destijds de kleine, die door de kloostertuin trok.
De namen: 1 Justa van Riel J.d.-2 Miet van Riel F.d.-3
Annie Coppens C.d. - 4 Riet van Bijsterveldt Adr.d. - 5 Nelly Coppens C.d. - 6 Miet van Doormaal Ant.d. - 7 ? - 8 Diny Vugts W.d. - 9 Annie Vugts Adr.d. - 11 Netty Timmermans J.d. - 12 ? - 13 Jo Timmermans F.d. - 14 ? - 15 Annie de Greef - 16 ? - 17 Joke Heuvelmans J.d. - 18 Lies Schepens Ant.d. - 19 Corrie Bruurs Adr.d. - 20 Nellie Heuvelmans J.d.
De nieuwe klokken werden in 1947 gewijd.
Wie staan er allemaal op deze foto: 1 Toon van Rijthoven - 2 ? - 3 Jan van Rijthoven Ant.z - 4 Bart van Knegsel - 5 Wim Vugts - 6 Willem Reijrink (?) - 7 Piet van Dal J.z. - 8 Piet Kroot Adr.z. (?) - 9 Wim van Abeelen - 10 Frans van Gils W.z. (?) - 11 Frieda Teurlings - 12 ? - 13 Tinus Nouwens - 14 ? - 15 ? - 16 ? van Mol (?) - 17 Janus Stokkermans - 18 ? 19 Nol Donkers - 20 ? - 22 Jan Nouwens - 23 ? - 24 ?
Vingerhoets - 25 ? Sevens (?) - 26 Frans Bruurs J.z - Frans Hordijk - 28 Frans van Gestel - 29 Cees van Gils - 30 ? - 31 ? Reijrink - 32 ? de Wit - 33 Jan de Lepper - 34 Pieter Hordijk.
Diessen was goed vertegenwoordigd op de retraite in Retraitehuis Loyola in Vught van 14 t/m 17 december 1953. Een retraite was een drie dagen durende bezinning en geestelijke oefening. In afzondering deed men dan godsdienstig zelfonderzoek. Een gedeelte van de dag werd in afzondering doorgebracht op de eigen kamer, men luisterde naar preken van de pater, men biechtte en woonde de h. mis bij.
Boven v.l.n.r.: Willem Bekkers - Janus Kroot - Janus Bruurs - Toon van Gils L.z. - Toon Kemps. Midden: Piet van den Hout - Kees van den Hout - Nol Verhoeven - Janus Kroot - Jan Reijrink.
Zittend: Tinus Roozen - Klaas Verhoeven - Jan Maandonks - kapelaan Van der Sande - Pater ? - Sjaak Jansen - Frans Timmermans - Toon van Korven.
Waarschijnlijk een van de laatste retraites oude stijl, namelijk op 9 februari 1964.
Sinds na 1964 de geloofsbeleving veranderde, zijn er niet veel meer van dergelijke retraites gehouden.
De Diessenaren op de foto zijn: 1 Kees Roozen Cz. - 2 Janus van Rijthoven J.z. - 3
Jos van de Wouw - 6 Willem van der Sande - 7 Willem Klessens - 9 P Helmons - 12 Jan Wouters - 13 Willem Reijrink - 14 Janus Bruurs - 15 Tinus Roozen - 19 Harrie Baijens - 22 Kees Bruurs Adrz. - 24 Piet Schilders Mz. - 25 Wout van Hees H.z. - 26 Piet van Dorst - 31 Adr. Kroot Adr.z. - 32 Jan Reijrink H.z. - 33 Kees van den Broek - 34 Jan Kroot H.z. - 35 Janus Romme - 37 Sjef de Laat 38 Noud Verhoeven Jz. - 39 Frans Verhoeven J.z. - 41 Sus van Gils - 42 Harrie van Riel - 43 Klaas Verhoeven 44 Piet Schilders - 45 Kees de Graaf - 46 Piet Vingerhoets (watermolen) - 47 Theo Reijrink - 48 Nol Verhoeven - 51 Jantje Kroot - 54 Jan Kroot Az.
Vrouwen gingen destijds naar het Cenakel in Tilburg op retraite, het gebouw aan de Kempenbaan, het huidige Conservatorium. ln een tijd waarin echte retraite en/of op vakantie gaan zeldzaam was - werd zo'n retraite dan ook beschouwd als een welkom en een niet ongezellig 'uitje '. Op 2 februari 1937 gingen onderstaande dames:
v.l.n.r. P van Gestel (Oostelbeers) - Kee van de Meijdenberg - Jans Bruurs J.d. - Jans van Doormaal Adr.d. - Anna van Spreeuwel (Oostelbeers) - Nel Schepens Ant.d. - Cato van Roovert Pd. - Mien van Dijck M.d. - Jaan van Dooren (Oostelbeers).
Op 25 september 1957 kwam mgr. Bekkers naar Diessen om het vormsel toe te dienen. Op de rug herkennen we pastoor Van der Linden, pastoor Verstijnen, kapelaan Maas, rector Rath.
V.l.n.r. Anna Diepstraten - Fien Hendrikx - Jans van Doormaal H.d. - Jans van Doormaal J.d. - Bertha Schepens - Ciska van Gils Adr.d. op retraite in Tilburg 1947.
De Maria-congregatie vr het patronaat omstreeks 1927-1928.
De oudere jeugd ging op zondagmiddag naar de congregatie. Na het lof bleven deze jongeren in de kerk zitten om daarna gezamenlijk te zingen en preken te aanhoren.
Bijna elke ongehuwde Diessenaar was lid van de congregatie, niet zozeer omdat het zo leuk was, maar meer om elkaar te kunnen ontmoeten. Uiteraard zaten de mannen en vrouwen gescheiden: de vrouwen links en de mannen rechts.
De namen: 1 Cato van Gijsel - 2 Luus Teurlings - 3 Tonia van Gestel J.d. - 4 Marie van Gestel F.d. - 5 Drika van Oort - 6 Nel van Hoof - 7 Miet Schoenmakers - 8 Miet van Gool - 9 Jana Moors J.d. - 10 Anna Moors J.d. - 11 Kee van Gool G.d. - 12 Jans Hendriks G.d. - 13 Kee van Gestel - 14 ? - 15 Anna Bosman - 16 ? - 17 Marie van Spreeuwel S.d. - 18 Jana van Spreeuwel - 19 Nel Nooijens - 20 Miet van Rijthoven - 21 Martha Timmermans - 22 Anna Bruurs J.d. - 23 ? - 24 Drika de Brouwer H.d. - 25 Fien van Gijsel- 26 Cecile de Hoog - 27 Cor van Dijck N.d. 28 Jana Hendriks - 29 Cato Liebregts - 30 Luus Kroot 31 Miet de Laat - 32 Jans Bruurs - 33 An Timmermans Pd. - 34 Cato Linnemans - 35 Miet Liebregts - 36 Hanna Timmermans - 37 Bet Jansen G.d. - 38 Tonia Kroot - 39 Fien van Riel G.d. - 40 Mieke Jacobs - 41 Miet van Nieuwkuijk G.d. - 42 Hanna Vingerhoets - 43 Kee van de Meijdenberg - 44 Anneke van Gils Wd. - 45 Bet van Roovert 46 Marie Vingerhoets - 47 Nel van Roovert - 48 Nel de Weijs - 49 Kee Hendriks J.d. ? - 50 Anna Plasmans - 51 Fien van Riel G.d. - 52 Anna Timmermans - 53 Marie Timmermans Wd. - 54 Leen van Oort - 55 Miet van Oort - 56 Jana de Kroon - 57 pastoor Van Enschot.
De misdienaars van pastoor Van der Linden in 1952, die voor hun jaarlijks reisje nog snel achter de pastorie op d foto gezet werden.
De namen: v.l.n.r. staande: Pieter Hordijk - Wim van Gils - Frans Hordijk - Harrie de Brouwer M.z. - Piet van Gestel W.z. - Frans van Gestel P.z. - Kees van Gestel W.z. - Walter Roozen C.z.
Zittend v.l.n.r.: Janus Kroot Adr.z. - Kees Nouwens M.z. - pastoor van der Linden - Noud Verhoeven J.z. - Rini van Dijk (pleegzoon van dhr. Frans van der Meer).
Pastoor Van Enschot met zelatrices van het Missiegenootschap. (Tegenwoordig zou men ze waarschijnlijk 'P.R. dames voor de missie' noemen). Naast hem zit Luus Teurlings.
Staande v.l.n.r. Cato van Gijsel - Nel Nooijens - Kee van Korven en Cato Linnemans.
Pater Fidentius, bijgenaamd 't kln Paoterke: die assistent in Diessen was, met Kath. Aktie-progagandisten 2 mei 1944. De Kath. Aktie was een initiatief dat vooral bevorderd werd door Paus Pius XI (1922-1939) met de bedoeling leken in te schakelen bij de bekering van de wereld.
v.l.n.r. Pater Fidentius - Quirien van Bijsterveldt J.z. - J. Klein Gunnewiek - Jan van Doormaal Jef.z. - Frans de Punder Pz. - Toon van Nieuwkuijk - Frans van Riel J.z. Ant. Maandanks J.z. - Bart Liebregts - Jac. van Doormaal Adr.z.
Communicantjes in 1951.
De eerste zes bruidjes zijn begeleidstertjes, die een jaar eerder hun communie deden en te herkennen waren aan de paasbloemen, omwikkeld met zilverpapier. Daarachter de communicantjes.
1 Marietje Plasmans C.d. - 2 Nelly Klessens W.d. - 3 Els
van Hoof F.d. - 4 Riek Timmermans F.d. - 5 Jeanne Vingerhoets J.d. - 6 Ineke Janssens F.d. - 7 Luus Roozen C.d. - 8 Berdie van Hoof F.d. - 9 ? - 10 ? - 11 Mien van Gijsel F.d. - 12 ? - 13 Annie Plasmans C.d. 14 Corry Klessens W.d. - 15 ? - 16 ?.
De misdienaars in vol ornaat.
V.l.n.r. Kees van Gestel W.z. - Pieter Hordijk - Janus Kroot - Willy Nouwens - Janus Liebregts - Jan van Riel - Walter Roozen C.z. - Wim van Gils - Kees Nouwens M.z.
Feest in Diessen, omdat pastoor M. van der Linden in 1957, 25 jaar in Diessen was. Naast harmonie en bruidjes zien we kapelaan Van de Sande.
Een jaar nadat pastoor Van der Linden met emeritaat ging overleed hij in 1962 en werd hij op het Diessense kerkhof begraven. We zien rector Rath en de misdienaars  Kees Klessens - Grard Hordijk - Carol Hordijk.
Pastoor Van der Linden t.g.v. zijn 40-jarig priesterfeest (1952) in een open koets voor caf kerkzicht. Naast hem zijn broer Piet, pastoor in Lith.
Het Rijke Roomse Leven
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
Terug
Naar boven
Naar boven
Terug