__________________________________________

De landbouw

pag.: 49 - 50 - 51 - 52 - 53 - 54 - 55 - 56.
Middenstand en ambacht
pag.: 57 - 58 - 59 - 60 - 61 - 62 - 63 - 64.
__________________________________________
"Fotostichting Diessen"
Boek "wat Dies... meer zij"

hoofdstuk 3

Fotoboek van Diessen, Haghorst en Baarschot

Door Gust de Vries, Ad van Doormaal, Toos Soetens en Wil Vennix.

m.m.v. Piet van Bijsterveldt, Sus van Gils en Diny Teurlings

------------------------------------------
Hoofdstuk 3: Economisch leven


'In het zweet des aanschijns zult gij uw brood verdienen' is een gezegde dat zeker ook voor vroegere generaties Diessenaren gold. Er moest brood op de plank komen voor de vaak rijk met kinderen gezegende gezinnen, en de enige manier om dat brood te verdienen was met het hele gezin hard werken van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. De meeste Diessenaren vonden emplooi in de landbouw, hetzij op een eigen boerderij(tje), hetzij in dienstbetrekking als knecht of 'meid'. Behalve de landbouwers kende ons dorp ook een bescheiden groep middenstanders en ambachtslieden. Industrie van enige betekenis (leer, wol) heeft Diessen - in tegenstelling tot veel andere Brabantse dorpen - nooit gekend.



Landbouw
De Diessense boerderijen hadden in de tijd tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog gemiddeld een omvang van 5 tot 15 hectare. Een derde tot de helft hiervan was grasland, de rest bestond uit bouwland. De veestapel was rijk gevarieerd: drie tot tien koeien, enkele kalveren, vijf tot twintig varkens en een toom kippen. De koeien stonden meestal in de potstal. Op de bodem, die niet verhard was, lag een beetje stro en een heleboel strooisel ('strûssel'). Strooisel bestond uit allerhande spul dat men gratis bijeen kon rapen, zoals heide, dennennaalden en bladeren. In de potstal was het vooral zaak zoveel mogelijk mest te maken uit de combinatie van de vloeibare en vaste mest en het strooisel. Door de continue toevoeging van mest en strooisel 'scheten de koeien zich omhoog'. Als de laag gevormde mest dik genoeg was, werd de potstal uitgemest. De opvolger van de potstal was de zogenaamde Hollandse stal. Hierin stonden de koeien op een stenen vloer en kwam de mest in de 'groep' terecht. Deze groep werd eenmaal per dag uitgemest.De verzorging van de koeien en kalveren kostte veel tijd. Het mest maken is reeds genoemd, en verder moest er gemolken worden en moest er voor voer gezorgd worden. Het melken gebeurde aanvankelijk nog driemaal per dag en was vrouwenwerk. In de jaren '20 begonnen beide zaken langzaan te veranderen. Een belangrijke rol speelde hierbij de melkcursussen (zie de foto's verder in dit hoofdstuk). Het melken gebeurde nog met de hand: pas rond 1960 begon de melkmachine zich algemeen te verspreiden. De koeien gingen zomers een - of tweemaal per dag naar buiten. Prikkeldraad kende men tot de jaren '20 nog niet: de weilanden waren omheind door sloten of heggen. Ook kwam het wel voor dat men de koeien ging hoeden of tuien ('tèùren'). Behalve gras in de wei kregen de koeien in de stal stro, een beetje hooi, 'voedergoed' (mangelpeeën, kaf en meel) en 'sop'. Dat laatste was een brouwsel van koolraap, kaf, graanafval en rogge, dat in een ketel werd gekookt.
Kee Verhoeven-Moonen en haar dochter Jans achter hun boerderij (hoekje 3). Op de voorgrond ziet u een omgevallen melkstoeltje.
Zoals bij de meeste burgers, boerden ze ook bij Van Nieuwkuijk er nog wat bij. Dochter Jans gebruikte een herenfiets om in de wei te gaan melken. De foto is gemaakt in 1942, vandaar het verduisteringskapje op de voorlamp.
De familie Bruurs met de koeien op de zandpad in het verlengde van   het Moleneind (Baarschot). Voorop rijdt Jan Bruurs op de platte wagen met het melkkarretje eraan gekoppeld. Zijn Zonen Jan en Toon drijven de koeien. Een tafereel als dit kon men vroeger vaak zien; de meeste boeren hadden her en der verspreid hun grond liggen en lieten hun koeien steeds enkele dagen of weken op één perceel grazen, waarna ze werden 'overgeschaard'. De ruilverkaveling en de mechanisatie hebben ervoor gezorgd dat dit fenomeen zeldzaam is geworden.
De varkens voerde men onder meer gekookte aardappelen. Jonge biggen kregen oud brood met melk of mout met melk. De vette varkens werden op de boerderij geslacht of verkocht. De eieren van de kippen werden aanvankelijk verkocht aan of geruild met winkeliers ('Krèmers')zoals Van Gool, Van Dinterke, Bie, Van der Laak en Van Gompel. In de dertiger jaren werd de Eierbond opgericht en ging men hieraan leveren.

Een van de grootste problemen, waarmee de Diessense boeren van voor de Tweede Wereldoorlog te kampen hadden, was de onvruchtbaarheid van de bodem. Enkel dankzij de mest kon de schrale zandgrond voor een redelijke opbrengst zorgen. Die mest was daarom een kostbaar goed, dat zeker niet verspild mocht worden. Het gebeurden dan ook vaak dat een stuk land slechts eenmaal per jaar (licht) bemest werd. Men verbouwde onder andere de volgende gewassen: evie, spurrie, rogge, aardappelen, haver en mangelpeeën. Het zaaien, wieden, uitdunnen en maaien geschiedde grotendeels met de hand. De rogge werd met de zicht gemaaid, opgebonden in schoven en in 'hokken' opgezet. Als ze droog genoeg was bracht men ze in de mijt of schuur. Dorsen deed men met de dorsmachine, die aangedreven werd door een paard of soms door handkracht. Later gebeurde dit door een motor. Het dorsen met vlegels gebeurde nog langer terug in de tijd.

Het gezin van vroeger, en dan zeker het boerengezin, was een maatschappij op zich. Het bedroop zichzelf en voorzag zichzelf van de noodzakelijke levensbehoeften. Men had groenten uit 'd'n hof', fruit uit 'd'n bôôgerd' en vlees van het geslachte varken. Het brood bakte men zelf in het bakhuis en ook de boter bereidde men zelf. Wat men niet zelf had of kon maken, werd gekocht in de Diessense winkeltjes of van de marskramers, die regelmatig langskwam. Deze laatste waren rondreizende kooplui, die van alles verkochten: knopen, elastiek, ellegoed (textiel), koffiekannen, enz. Men probeerde alles zo veel mogelijk zelf te repareren, maar een kapotte schoen werd naar schoenlapper 'Harrie lap' oftewel Harrie van Nieuwkuijk gebracht. De meestal vele kinderen moesten al op jonge leeftijd bijspringen om het vele werk in het huis en op de boerderijklaar te krijgen. De oudste dochter hielp meestal in het huishouden. Ze had haar handen dan vol met verstellen, sokken stoppen, eten koken en wassen. Bijna alles werd in het 'kokende fornuis' gewassen en door de wringer gehaald. Het Diessense witte mutske waste men niet zelf, dat bracht men naar Fien van Gijsel of Mie Bayens.
De andere dochters gingen vaak voor lange tijd 'dienen', als 'meid' (werkster) in een ander gezin. De zonen werden vaak knecht op een andere boerderij.
Roggeoogst achter de boerderij annex café van Klessens-van Helvoirt (thans winkels hoek Willibrordusstraat/Heuvelstraat). Willem Klesens staat op de wagen, onderduiker Herman Wolf (de foto is gemaakt in augustus 1944) 'steekt op' en opa Klessens kijkt toe.
De familie Bruurs tijdens de rogge-oogst. V.l.n.r. Jan Bruurs - Jans Bruurs-van Korven - Jan Vingerhoets (Peere) - Mina Bruurs-van Spreeuwel - Janus Bruurs J.z. - Toon Bruurs J.z. - Janus Bruurs A.z. - Jan de Jong - Jan Bruura J.z. De foto dateert uit de oorlog, Jan Vingerhoets en Jan de Jong kwamen van elders bij Bruurs brood halen.
Jans, Toon van Nieuwkuijk en Jan Dijkstra, een onderduiker rapen aardappelen op de plaats waar nu de sporthal staat. De foto dateert uit 1943.
Jana Evers J.d. bij het mangelpeeën Schrappen (plm 1930)
Wiek Lagendijk (Toekomstweg) met een stortkar rogge. Rechts een knecht. De foto dateert uit plm. 1930.
Toon Romme(l) en Janus van Spreeuwel (r) zijn aan het ploegen. Beiden woonden aan de Westelbeersedijk. De foto is in 1957 genomen. De paarden kenden de gewoonten van hun eigenaren vaak door en door. Zo was het heel gewoon dat een paard uit zichzelf stopten als over de weg of een naburige akker iemand passeerde. Dan moest er immers even gebuurt worden!
Het paard gold in de boerengezinnen als het dier dat 'de kost verdiende'. Het werd dan ook goed verzorgd en gevoerd. Bekend is de uitspraak van de boer die ziet dat het buiten hard regent en tegen zijn knecht zegt: 'Tis gin weer vur 't pèrd, gao mar mest breken'! Op de foto zien we Co van Gils uit Baarschot met zijn paard en de zgn. aflegger aan de roggeoogst (1948). Dit paard was waarschijnlijk het enige in Diessen, dat kon dansen. De Duitsers hadden het dier namelijk in Frankrijk van een circus gevorderd. Bij hun terugtocht naar 'die Heimat' lieten ze het paart hier in de buurt achter en later werd het door de Nederlandse autoriteiten aan Van Gils toegewezen.
Dit vreemde voertuig reed in de oorlogsjaren door Diessen. Brandstoffen waren toen beperkt verkrijgbaar, hetgeen de werkzaamheden van ondermeer de loondorsers sterk belemmerde. Willem van der Sande, die aan de Beerseweg een loondorsbedrijf had, had er iets op gevonden: de houtgestookte tractor. Op de foto ziet u Knillis Schilders met de bewuste tractor in de Willibrordusstraat, met het latere gemeentehuis op de achtergrond (1943).
Rond 1950 verschenen de eerste tractoren ten tonelen. Het zou echter nog lang duren voor de rol van het paard uitgespeeld zou zijn . Hiet zien we Kees van Roovert P.z. (op de tractor) en zijn zwager Harrie van Doormaal A.z. rogge maaien met de zelfbinder.
Veel Diessenaren hielden uit liefhebberij en om wat  bij te verdienen bijen. Met name de familie Vingerhoets hield veel bijen en heeft daaraan ook de bijnaam 'Bie' te danken. Op de foto links zien we een aantal 'bieboeren' bijeen achter het café van Van den Hout in de Kerkstraat (thans 't Trefpunt). Hier werd de honing 'uitgebroken' (uit de korven gehaald) en verkocht. V.l.n.r. Jaoneke Vingerhoets (bijgenaamd 'd'n börger') - Driek Vingerhoets - Peerke Vingerhoets - Toon Vingerhoets (alle drie bijgenaamd 'Bie') - Jaon de Wijs - De Bresser (uit Moergestel) - Graad Appels - Driekske van de Wal. Op de foto onder ziet u Peerke Vingerhoets voor zijn imposante 'biehal'. Beide foto's dateren van plm. 1930
Pastoor Van Enschot ijverde sterk voor de ontwikkeling van de boerenstand. Hij stimuleerde het werk van de Boerenbond en jonge Boerenstand en was bijzonder actief op het gebied van de landbouwtentoonstellingen. Deze werden in het patronaat gehouden en waren met erg veel zorg opgebouwd. Op deze foto ziet u een impressie van een landbouwtentoonstellingen uit plm. 1927.
Bernardus Trienekens, tot omstreeks 1925 directeur van 'De Dageraad'. Hij had vrij moderne ideeën, die niet altijd even goed werden geaccepteerd door de wat conservatievere boeren.
Piet Langeberg en zijn vrouw Miet van Dijck J.d.; Langenberg werd na Trienekens directeur van de melkfabriek en bleef dat tot de sluiting in 1929
De coöperaties hebben erg veel betekend voor de ontwikkeling van de landbouw in Brabant en dus ook in Diessen. Het was vooral pater Gerlacus van den Elsen, de Boerenapostel, die aan het eind van de 19e eeuw pleitte voor eigen boeren-organisaties ten behoeven de gezamenlijke in- en verkoop, verwerking en kredietverlening. In deze gedachte paste ook het stichten van coöperatieve melkfabrieken. Omstreeks de eeuwwisseling werden hier twee van dergelijke fabriekjes opgericht. Een in Baarschot ('Ons Genoegen', Baarschotse straat 28) en een in Diessen ('De Dageraad',Julianastraat 37). Beide fabriekjes waren op den duur niet bestand tegen de Hilvarenbeekse en Tilburgse concurrentie en werden in 1929 opgeheven. Op de foto ziet u 'De Dageraad'. Overigens sprak men in de volksmond niet over melkfabriek, maar over ''t boterfabriek'.
De Coöperatieve Aan- en Verkoopvereniging (CAV,in de volksmond gewoon 'de boerenbond' of zelfs 'd'n bond' genoemd) is kort na de Tweede Wereldoorlog als zelfstandige organisatie gaan draaien. Daarvoor voerde de NCB reeds op bescheiden schaal handel met en voor zijn leden. De CAV had haar pakhuis aan de Laarstraat en had daarnaast depots in Baarschot en Haghorst. Aan het kanaal had men de loswal, pakhuis en weegbrug. In 1957, toen deze foto is genomen, was men juist de Laarstraat overgestoken naar de huidige lokatie. In het kantoor van het toen gebouwde nieuwe pakhuis zetelde een andere belangrijke coöperatie: de Boerenleenbank.
Melkcursus bij Wiek Lagendijk (thans Toekomstweg 6) in juni 1928.
V.l.n.r. staande: Nel Nooijens C.d. - Nel van Roovert P.d. - knecht van Lagendijk -? - Jo van Gestel J.z. - Jan van Nieuwkuijk - Mina Nouwens - Mina Evers J.d. - Nol Verhoeven J.z. - ? - Kee van Korven A.d. - Jans Timmermans P.d.;
Zittend: Jac van Riel C.z. - Wiek Lagendijk sr. - Piet Langenberg (directeur van het boterfabriek) - Frans van de Ven (voormelker/cursusleider) - Willem Timmermans P.z. - Co Lagendijk W.z.;
Geknield: Anna Timmermans W.d. - Jana Verhoeven J.d. - Miet van de Laar J.d. - Miet de wijs J.d. - Fien van Riel C.d. - Bet Schilders P.d. - Jan van Roovert P.z. - Marinus Schilders P.z.;
Liggend: Miet Klaassen J.d. - Jana Evers J.d. - Kee van Korven Th.d. - Miet Liebrechts A.d.
De Diessense Boerenleenbank is op 17 maart 1920 opgericht. Het eerste half jaar was Tinus Roozen directeur, daarna vervulde Bord van Gils die taak. In de volksmond heette de directeur kassier, en dat was eigelijk een betere benaming, want personeel had hij niet. Ook de lokatie waren aanvankelijk bescheiden. Eerst huisde de bank bij Roozen thuis, later bij Van Gils thuis, nog later in een kamer in de boerderij van Bertus Kok (hoek Kerkstraat - Heuvelstraat). In 1975 betrok de CAV een nieuw pakhuis en vestigde de bank zich in het kantoor bij dat nieuwe pand (zie de foto hier boven). Op deze foto zien we Harrie van Gils (kassier sinds 1945) in de nieuwe bank Frans van Riel aan het loket helpen. Rechts ziet u de enige telmachine die de bank rijk was. In 1964 trok de Boerenleenbank (later Rabobank) naar een eigen pand op de hoek Echternachstraat - Julianastraat.
Melkcursus bij en door Janus Verhoeven (Haghorst) in september 1941.
V.l.n.r. eerste rij: Riek Diepstraten - Tonia van de Wal - Bertha Smulders (Spoordonk) - Thera Roozen P.d. - Luus Roozen P.d. - Marie Roozen P.d.
Tweede rij: Riet Spierings - Tiny Spierings - Riet Stokkermans -Door Donkers - Lien Donkers;
Derde rij: Harrie van Doormaal J.z. - Jan van Doormaal J.z. - Jan Geerts - Wim Schepens - Janus Bruurs A.z. - Sjef Rombouts - Janus Verhoeven (voormelker) - Sjaak van Doormaal - Jan Vennix (knecht bij Kees Roozen) - Jan van de Wal - Frans de Kroon P.z. - ir. De Vring - dhr. Van Ham - dhr. Kemps (de drie laatstgenoemden namen het examen af).
Een groep cursisten van de landbouwcursus die omstreeks 1935 in Diessen werd gehouden.
V.l.n.r. boven: Jan van Helvoort - Theo Reijrink A.z. - Piet Timmermans J.z. - Toon Vennix - Jan van Dorst;
Onder: Toon van Doormaal A.z. - Janus Schepens A.z. - Toon Timmermans P.z. Sus van Gils - meester Brekelmans (uit Biest-Houtakker, hij gaf de cursus).
Middenstand en ambacht
Janus van Nieuwkuijk als melkboer, met Frank Sevens op de bok. Janus werkte als melkboer van plm. 1942 tot 1960. Aanvankelijk deed hij zijn ronde met een paard en wagen, later met een auto.
De Spar-winkel Gust en Nellie de Vries-van Ostade (de winkel stond waar nu het pand Willibrordusstraat 23 staat). Jo Timmermans F.d. en Thera van Hees H.d. helpen op de foto Bertha Timmermans-van Spreeuwel. De foto is genomen in mei 1956. De winkel verdween in 1974.
Toon en Tonia van den Bergh-van der Bruggen in hun kruidenierswinkel (thans Heuvelstraat 15). Deze winkel bestond tot 1970.
Dubbelklik om deze tekst te bewerken
Het winkeltje van Hanna van den Hout-van de Wal (kerkstraat 12). De kinderen voor de deur zijn Koos en Anna Heuvelmans F.d. (1927)
Het café Stokkermans (Baarschotsestraat 10) met v.l.n.r. Sien en Jan Stokkermans-van Dijck en Bertje Schilders. Op de achtergrond ziet u de spaarkas (de 'dubbeltjespot') hangen.
Frans Moors, Willibrordusstraat 28, was jarenlang dé kapper van Diessen. Op deze foto uit 1958 is Frans een onbekende man aan het scheren. Veel mannen bezochten hiertoe eens per week de kapper. Onder de schouw zit Jac Janssen uit het hoekje zijn beurt af te wachten.
De bakkerij van Jac Peeters met v.l.n.r.
Naast Peeters-Broeders - zoon Wim - dochter Quirina - Jac Peeters en zoon Gijs. Peeters begon zijn bedrijf in de Willibrordusstraat (thans nr.10) en trok later naar de Julianastraat (thans nr. 38). Peeters was in het bijzonder bekend om zijn speculaas, die een ware lekkernij was.
Elk Diessens gezin liet vroeger ieder jaar een of twee zelfgemeste varkens slachten. Het slachten gebeurde door loonslagers, die in de periode oktober-maart bij de mensen thuis kwamen slachten. In Diessen werd geslacht door Janus de Laat, Janus Bruurs J.z., Wout Vugts, Jan van Nieuwkuijk, Jan Spierings, Jan Huijbregts en Jan van Korven. Op de foto uit 1954 ziet u beide laatsgenoemde thuis (Waterstraat 3) een varken slachten. Het slachten ging als volgt in zijn werk: het varken werd geschoten, gestoken (zie foto, vaak werd het bloed opgevangen om er bloedworst van te maken), in de bak gelegd en met heet water overgoten. Hiertoe moest de vrouw des huizes zorgen voor een (was)fornuisketel heet water. Aangezien dat nogal wat voorbereiding kostte, kwam de slager daags tevoren 'het water aanzeggen'. Met behulp van het water werd het varken van zijn haren ontdaan ('geschouwd'), daarna werd het op de ladder ('leer') gebonden, opengesneden, van de ingewanden ontdaan en door midden gekapt. De blaas was voor de kinderen uit de buurt, die hem gebruikten voor het maken van een doedelpot. Soms eiste de slager dat ze eerst het gat van het varken kusten. Vooral als de slager juist op dat moment flink op het lijf van het beest drukte, was dat een hele opgave!
Nadat het varken een nacht had gestaan, kwamen de slagers terug om het af te kappen. Hierna begon het werk voor de desbetreffende familie: vlees wecken, zult draaien, etc. Op deze foto ziet u hoe vader Janus en en zoon Jan van Korven het 'geleerde' varken aan het 'verkopen' zijn. Rechts ziet u de zware bak, die door de loonslager al fietsend  werd vervoerd. Het was de gewoonte dat de slager na afloop van de slacht een borreltje 'klaore' kregen aangeboden. Sommigen stónden daar zelfs op en vroegen er zo nodig om.
Toontje Smetsers, bijgenaamd 'de Verver', met zijn knecht Adriaanse (l) bij het schilderen van de pastorie. Over Smetsers en aannemer Schilders werd wel het grapje gemaakt, dat het een vreemd dorp is 'waor de schilder Smetsers hiet en de metser Schilders'. De foto dateert van 1925-1930.
Jan van den Hout (l) met zijn knecht Willeke Spaninks voor de timmerwinkel in de Kerkstraat (thans nr. 10) Van den Hout had hier zijn werkplaats tot eind jaren '50. Deze foto is genomen in 1927.
Janus (r) en zijn zoon Jo (l) de Laat voorzien het boerderijtje Turkweg 3 van een nieuwe rieten dak. Janus de Laat verdiende in de wintermaanden de kost met huisslachten en in de zomer met riet dekken.
Een foto van de bouw van de huidige basisschool basisschool in 1957. De school werd gebouwd door Piet Schilders. Andere aannemers in Diessen waren de al genoemde Jan van den Hout, en verder Frans van Gestel, Gebr. van Gijsel en Jan van Hoof.
Een foto uit plm. 1947 van de smederij Van Dal met v.l.n.r. de zonen Janus, Piet en Ad (binnen) en vader Jan. De vader van Jan, Janus van Dal begon het bedrijf in 1892 in de boerderij Julianastraat 39, waarvan hij de stal ombouwde tot smederij. In 1927 trouwde Jan en werd naast de boerderij een nieuwe smederij gebouwd. Jan van Dal was een groot vogelliefhebber en als u goed kijkt, ziet u dat het binnen vol hangt met vogelkooitjes.
De winkel en smederij van Heuvelmans omstreeks 1956. Burgemeester Jan Heuvelmans liet in 1921 het huis bouwen. Na zijn dood in 1922 viel het huis toe aan zijn zoon Jan, die er de smederij bijbouwde. Ook handelde hij een aantal jaren in kolen. In 1962 nam de derde Jan Heuvelmans in successie de smederij over. In 1978 stopte hij het bedrijf en werd de smederij verbouwd tot drogisterij met de toepasselijke naam ''t Smidske'.
Luchtfoto van de smederij van Karel Verhoeven, St. Josephstraat 13. Karel Verhoeven begon zijn bedrijf in 1947 en een paar jaar later, in 1953, werd deze foto genomen. De smederij van Verhoeven groeide in de loop der jaren uit tot een constructie- en loodgietersbedrijf met winkel.
Rond 1922 begon Driek Vingerhoets aan de Julianastraat (thans nr. 36) zijn bedrijf. Het was een erg veelzijdig bedrijf: Driek begon met fietsen maken en later kwam de garage, benzinepomp, winkel in elektrische apparaten, taxibedrijf en radiocentrale bij. Het was dan ook niet vreemd, dat Driek een van de eerste auto's van Diessen had. Op de foto ziet u de bewuste T-Ford (links). Verder zien we v.l.n.r. Gerrit Aerts, Drieks zonen Jan en Piet, zijn broer Toon en zijn vrouw Koos. De foto dateert uit plm. 1930.
De eerste autogarage van Diessen. Jan de Kok begon dit bedrijf kort na de Tweede Wereldoorlog op de plaats waar nu de woning Julianastraat 3 staat. Omstreeks 1949 is het pand al afgebrand. Voor de garage ziet u twee benzinepompen.
Bart, Toon en Trees Plasmansin 1936 bij de eerste vrachtwagen van de fa. Arn. Plasmans & Zn.. Bart Plasmans begon al op jonge leeftijd, in 1932, met de handel in kolen en olie. Enkele jaren later kwamen ook zijn broers Kees en Toon in de zaak. In 1940 begon de firma Plasmans zich behalve met de brandstoffenhandel ook met grondwerk bezig te houden. Hiertoe werd een nieuwe wagen aangeschaft, welke later door de Duitsers werd meegenomen. De foto is genomen in de huidige parallelweg van de Julianastraat, waaraan het bedrijf altijd gevestigd is geweest.
Het bedrijf van Timmermans aan de Julianastraat (1958). Jo Timmermans begon al op 15-jarige leeftijd met de handel in stro. De zaken gingen voorspoedig, onder meer doordat Timmermans het stro ging leveren voor de strozakken van het Nederlandse leger. Andere grote klanten waren de AKU en de strokartonfabrieken. Behalve in stro werd er gehandeld in graan, kunstmest, mengvoeders, oud papier, enz. Onder de leiding van zoon Jan heeft het bedrijf zich werder ontwikkeld tot een veelzijdig expeditie- en opslagbedrijf.
Diessen had ook een eigen klompenmaker. Het was Adriaan Menheere en hij had zijn werkplaats in de Willibrordusstraat naast het huidige gemeenhuis. Op de foto zitten de mensen op de bomen die als grondstof voor de klompen diende.
We zien v.l.n.r. zittend Frans van Gils - Prudentia Menheere-Vervaert - Adriaan Menheere - Maria Calsijn-Aertsen; boven: Tanna de Punder en Maria Menheere A.d.
Molen 'de Onvermoeide', die voorheen aan de Heuvelstraat stond (thans gemeentewerf). Govert Teurlings bouwde de molen in 1886 met gebruikmaking van materiaal van de een jaar daarvoor ingestorte watermolen 'de Keizer'. 'De Onvermoeide' was een grondmolen en bovenkruier. In 1945 liep de molen zware stormschade op en werd hij ontmanteld. In 1980 volgde uiteindelijk de totale sloop. Deze dateert uit 1939.
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
Terug
Naar boven
Terug hoofdpagina
Naar boven