"Fotostichting Diessen"
Boek "wat Dies... meer zij"

hoofdstuk 1

Fotoboek van Diessen, Haghorst en Baarschot

Door Gust de Vries, Ad van Doormaal, Toos Soetens en Wil Vennix.

m.m.v. Piet van Bijsterveldt, Sus van Gils en Diny Teurlings

------------------------------------------
______________________________________________________

Algemene geschiedenis
pag.: 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 - 17 - 18.
De Tweede Wereldoorlog
pag.: 19 - 20 - 21 - 22 - 23 - 24 - 25 - 26 - 27.
Wapen en vlag
pag.: 28.

______________________________________________________
Topografische kaart van de gemeente Diessen in 1866
                                                                                                                                                                                                    9
Hoofdstuk 1: De geschiedenis van Diessen


Hoewel dit een fotoboek is, willen we toch niet geheel voorbijgaan aan de geschiedenis van Diessen. Dit temeer niet, omdat Diessen algemeen gezien wordt als een der oudste plaatsen van Nederland. In het eerste onderdeel van dit hoofdstuk zal de belangwekkende algemene geschiedenis tot 1940 in hoofdlijnen worden weergegeven. Het tweede deel is gewijd aan een belangrijke periode uit de geschiedenis, die velen zich nog goed voor de geest kunnen halen: De Tweede Wereldoorlog. In het laatste onderdeel ten slotte worden het wapen en de vlag van de gemeente Diessen behandeld.


Algemene geschiedenis

Diessen in de Romeinse tijd
Zoals hierboven reeds werd opgemerkt, geld Diessen als een van de oudste dorpen van ons land. Archeologische vondsten tonen bewoning in de vroege ijzertijd (Ī 700 v. CHR.) aan. In de Romeinse tijd had Diessen wellicht zelfs een zekere belangrijkheid als centrum van verering van de godheid 'Hercules Deusoniensis'.
Omstreeks het jaar 50 na Chr. werden onze streken veroverd door de Romeinen onder leiding van Julius Caesar. Gedurende enkele eeuwen regeerden de Romeinen met vaste hand en hadden ze grote invloed op het economische, religieuze en politieke leven alhier. In de tweede helft van de derde eeuw maakte het eens zo machtige Romeinse Rijk een moeilijke periode door. Het werd geplaagd door interne verdeeldheid (het leger was opstandig en de ene naar de andere keizer werd op de troon geholpen en er weer afgestoten) en aanvallen van buitenaf. Omstreeks het jaar 258 riep een legercommandant genaamd Postumus, waarschijnlijk een Bataaf, zich uit tot keizer. Als (tegen) keizer regeerde hij in GalliŽ en BelgiŽ. Postumus liet ook munten slaan en een aantal daarvan is bewaard gebleven. Op ťťn ervan staat aan de ene zijde Postumus zelf afgebeeld (foto links) en op de andere zijde de god 'Hercules Deusoniensis' (foto rechts). In zijn rechterhand draagt deze god een knots, in zijn linker hand een boog. Over zijn linkeronderarm hangt bovendien een leeuwehuid. Deze  Hercules Deusoniensis is vermoedelijk een versmelting van een Romeinse god met een inheemse. Hercules kennen we uit de Grieks-Romeinse mythologie. Deze halfgod is vooral bekend vanwege de twaalf 'onmogelijke' opdrachten die hij vervulden: de twaalf werken van Hercules. Deusoniensis zou verwijzen naar de (heilige?) rivier de Dieze, thans de Reusel genaamd. Niet onaannemelijk is dat Diessen destijds een centrum van verering van Hercules was, waarbij de cultus zowel Romeins als inheemse elementen zou hebben gehad. Verondersteld is wel dat het heiligdom van Hercules Deusoniensis onder de huidige Willibrorduskerk zou liggen, maar daar zijn geen bewijzen voor. De afgebeelde munt is in 1982 door de gemeente Diessen aangekocht en is te bezichtigen in museum De Doornboom te Hilvarenbeek.

                                                                            
In of omstreeks het jaar 370 horen we opnieuw over Diessen, ditmaal doordat er in het gebied van de Franken (die onder meer onze streken bewoonde) een veldslag plaatsvond tussen Romeinen en Saksen. De Romeinse geschiedschrijver Ammianus Marcellinus heeft beschreven dat in genoemd jaar een menigte Saksen de Romeinen aanviel. Na een felle strijd en nadat de Romeinen versterking hadden gekregen, werden de Saksen verslagen. Er werd vrede gesloten: de Saksen stonden jonge mannen af voor de Romeinse krijgsdienst en kregen toestemming om weg te trekken. Maar toen de Saksen zich gereed gemaakt hadden voor de terugtocht, vielen de Romeinen hen aan vanuit een hinderlaag. Na opnieuw een hevige en bloedige strijd werden de Saksen tot de laatste man afgeslacht. Ammianus Marcellinus verdedigt dit weinig fraaie gedrag van

                                                                                                                    10
zijn landgenoten met de laconieke opmerking dat men 'niet verontwaardigd zal zijn dat een verderfelijke bende rovers is toen eindelijk de kans hiertoe werd geboden!' Een aanduiding van de plaats van al dit bloedvergieten geeft hij niet. Wel doet zijn collega-geschiedschrijver St. Hieronymus in diens Kroniek: 'Saxones caesi Deusone in regio Francorum' (Saksen in de pan gehakt te Diessen in de streek van de Franken). Naar aanleiding van deze vermelding is 370 als 'ontstaanjaar' van Diessen gekozen en heeft men in 1970 het 1600-jarig bestaan gevierd.

Sint Willibrord en Echternach
Na deze oude vermelding blijft het enkele eeuwen stil rond Diessen. Pas in Willibrordus' tijd komen we ons dorp weer tegen, met name in oorkonden in het 'Liber Aureus Epternacensis' (Gouden Boek van Echternach). De oudste vermelding dateert van 1 maart 712. De presbiter Docfa tekende op die dag in Diessen in een oorkonde op dat Engelbert uit zijn vaderlijke erfgoederen bezittingen te Eersel plus 'in loco Deosne casatam unam et mancipum cum uxore et infantibus' (in Diessen een hoeve met horige en vrouw en kinderen) aan Willibrordus schonk.

Later in het zelfde jaar, op 1 juni 712, ontving Willibrord opnieuw een schenking in 'loco Diesne'. Ditmaal schonk Ansbald hem maar liefst zes hoeven met horige, vrouwen en kinderen en een herenhuis met hof. Of de H. Willibrordus ook in persoon in Diessen is geweest, is onbekend. Het lijkt echter geen gewaagde veronderstelling dat hij zijn aanzienlijke bezittingen in die plaats op zijn minst eenmaal heeft bezocht. Uit het jaar 726 (of 727) dateert een oorkonde (ten onrechte vaak Willibrordus' testament genoemd), waarin de bisschop een groot deel van de aan hem geschonken goederen weer doorschonk aan de omstreeks 696 door hem gestichte abdij van Echternach. Bij de geschonken goederen vinden we onder meer de eerder door Ansbald geschonken 'villam que vocatur Diosna in pago Texandrio super fluviam Digena (of: Disena)'(het domein, dat Diessen wordt genoemd in de streek TaxandriŽ aan de rivier de Dieze). Veelvuldig is geschreven dat in deze oorkonde ook 'Bobanschot'(Baarschot) werd genoemd, doch dat is omstreden.

Door deze schenkingen en door de predikingen van St. Willibrord raakten de Benedictijnen van Echternach nauw bij Diessen betrokken. In 780 ontving de abdij van Hesterbald nog een hoeve 'in villa que dicitur Dissina' (in het domein dat Diessen genoemd wordt), maar daarna blijft het weer drie eeuwen stil. De abdij verzorgde in deze tijd in Diessen de zielzorg en heeft waarschijnlijk ook een kerkje of kapel laten bouwen. De oudste vermelding van de Diessense kerk dateert van 1069: In een oorkonde gedateerd 6 mei 1069 bekrachtigde paus Alexander II de schenkingen aan de abdij van Echternach, waaronder Diessen met de kerk en wat daarbij hoort.
De bezittingen van de abdij in deze streken waren in drie cijnskringen verdeeld: Waalre, Deurne en Diessen. De tot de Diessense cijnskring behorende goederen lagen, behalve in Diessen zelf, in een tiental plaatsen in de omgeving. Het beheer van deze goederen berustte bij de laatbank, die in Diessen zetelde. De door de abdij benoemde voogd (rentmeester) woonde wellicht in het Hooghuis. Dat deze plaatselijke vertegenwoordigers van Echternacht wel eens misbruik maakten van hun positie, blijkt uit een oorkonde uit omstreeks 1100. Daarin maakte de aartsbisschop van Keulen melding van het feit dat hij naar aanleiding van een klacht dienaangaande een eind heeft gemaakt aan de willekeur van de voogden te Waarle, Deurne en Diessen.

Tongerlo neemt de rol van Echternach over
In de loop van de 13e eeuw werd de zielzorg in deze streek steeds meer door de Norbetijnen van de abdij van Tongerlo verzorgd. Tongerlo was duidelijk de rol van Echternach aan het overnemen. Dit leidde onvermijdelijk tot conflicten, die in 1233 door paus Gregorius in het voordeel van Tongerlo werden beslist. Echternach behield wel enkele rechten, maar de feitelijke zielzorg werd voortaan uitgeoefend door Tongerlo. In oorkonden uit plm. 1234, 1366 en 1270 vertrouwden de opeenvolgende abten van Echternach onder meer de kapel van Diessen toe aan hun confraters van Tongerlo. In 1287 herhaalde zich dit en werd tevens een einde gemaakt aan alle geschillen die rond de kapel van Diessen hadden bestaan. Hierna werd gedurende bijna zes eeuwen in Diessen de zielzorg verzorgd door priesters van de abdij. Maar behalve dat er witheren van Tongerlo naar Diessen kwamen, gingen er ook Diessenaren naar de abdij. Twee van hen brachten het zelfs tot abt: Jacobus Veltacker en Adriaan Stalpaerts.

Diessen, deel van de heerlijkheid Hilvarenbeek c.a.
Hierboven is reeds melding gemaakt van de laatbank die in Diessen zetelde en die de bezittingen van de abdij van Echternach beheerde en bovendien rechtsprak. Verondersteld wordt dat mede uit deze laatbank de heerlijkheid Hilvarenbeek c.a. is ontstaan. Vermoed wordt dat het domein Hivarenbeek-Riel eind 13e eeuw is samengesmolten met het domein Diessen-Westelbeers. De Heerlijkheid en Vrijheid Hilvarenbeek, Diessen, Riel en Westelbeers behoorde voor de helft toe aan de hertog van Brabant en voor de andere helft aan de bosschop van Luik. De hertogen bestuurden hun deel zelf, maar de bisschoppen lieten het beheer van hun deel aan achterleenmannen. Dit waren achtereenvolgens de heren Van Herlaer (eerder reeds voogden van Echternach te Diessen), Van Leefdael, Van Petershem, Van Merode, De Cort, Hubert, Van Teylingen, Sloet van Zwanenburg en Swagemakers. De heer had financiŽle (diverse belastingen) alsmede politieke rechten (benoeming bestuurders). In 1798 (Franse tijd) werden de meeste 'heerlijke rechten' afgeschaft, maar het zou nog tot 1923 duren voordat het laatste restand, het heerlijk jachtrecht, zou verdwijnen.

Het bestuur van de heerlijkheid berustte onder meer bij de schout en de schepenbank. Laatstgenoemd college bestond uit zeven mannen, van wie er steeds vijf uit Beek en twee uit Diessen kwamen. Riel en Westelbeers
                                                                                                                    11
waren niet vertegenwoordigd in de schepenbank. De vier dorpen van de heerlijkheid hadden binnen dat geheel een zekere zelfstandigheid, met name op financieel gebied. Ook had elk dorp zijn eigen regenten. In Diessen behoorden tot deze regenten de twee schepenen, drie zetters (wier taak het was ieders bijdrage in de belastingen vast te stellen), twee gezworenen (die toezicht hielden op het gebruik van de gemeint, de gemeenschappelijke gronden), twee kerkmeesters, twee armmeesters en drie burgemeesters (die zorgden voor het financiŽle beheer).
Hoe de relatie tussen het dorp Diessen en het 'moederdorp' Hilvarenbeek (dat de heerlijkheid duidelijk domineerde) was, is niet eenvoudig te achterhalen. Er is echter weinig fantasie voor nodig om zich voor te stellen dat het wel eens tot conflicten kwam. Illustratief is in deze het proces dat de Diessense regenten in 1759 voerden tegen de Beekse secretaris Van der Burgh. Ze eisten van hem onder meer dat hij vaker in Diessen zou komen en dat de Diessense dorpsboekhouding voortaan in Diessen bewaard zou worden. De Raad van State stelde de Diessense regenten bijna volledig in het ongelijk en verplichtte hen zelfs de proceskosten uit eigen zak te voldoen. Een grotere nederlaag was nauwelijks denkbaar. Een ander opmerkelijk gegeven is dat Diessen in 1756 een kwart moest bijdragen in de kosten van onderhoud van de pastorie te Hilvarenbeek.

Tijden van bloei, tijden van verval
Diessen is altijd een bij uitstek agrarisch dorp geweest. Er was wel enige nijverheid en handel, maar deze was nauw met de landbouw verbonden en had nauwelijks bovenlokale betekenis. Tot in het begin van de 20e eeuw kon men constateren dat eigenlijk iedereen boer was; ook zij die een ander beroep uitoefenden, boerden er nog bij. De gemiddelde bedrijfsomvang zal vele eeuwen lang zo'n 4 ŗ 5 hectare hebben bedragen. Binnen de nijverheid waren er twee belangrijke soorten bedrijven: de brouwerijen en de molens. Bierbrouwerijen zijn er in Diessen erg veel geweest, onderling sterk variŽrend in omvang. Molens zijn er vier geweest (rosmolens niet meegeteld). Twee er van waren watermolens: De Achterste Molen (Moleneind) en de Voorste Molen (Watermolenweg). De oudste vermeldingen van deze molens dateren respectievelijk van omstreeks 1500 en 1350. De Achterste Molen is in de 19e eeuw in verval geraakt en verdwenen. De Voorste Molen heeft het langer volgehouden. De in 1851 hier gebouwde watervluchtmolen (die zowel door wind als waterkracht kon worden aangedreven), genaamd 'de Keizer', stortte in 1885 in. Ter plaatse werd een eenvoudige molen gebouwd, die in 1921 instortte. Govert Teurlings, de laatste molenaar van de Voorste Molen en in 1865 ook koper van de restanten van de Achterste Molen, bouwde in 1886 met gebruikmaking van de restanten van 'de Keizer' in Diessen de windmolen 'de Onvermoeide'. Dit was een grondmolen en bovenkruier. In 1945 liep 'de Onvermoeide' zware stormschade op en werd hij onbruikbaar. De molen werd ontmanteld en in 1980 door de gemeente gesloopt. De vierde Diessense molen is de enige die niet geheel en al is verdwenen.De stenen stellingmolen 'de Heibloem'werd omstreeks 1827 gebouwd door Cornelis van Gijsel. Het gemeentebestuur had in eerste instantie geweigerd hem een stuk grond te verkopen, maar Van Gijsel zocht het hogerop en kreeg bij de Kroon zijn gelijk. 'De Heibloem'werd vooral bekend als de molen van de familie Willems, bijgenaamd 'd'n Huub'.

In de 15e, 16e en 17e eeuw maakte Diessen een bloeitijd door. Het houten kerkje werd vervangen door een stenen kerk en er waren enkele families die tot meer dan gemiddelde welstand kwamen: Veltacker, Van den Nieuwenhuysen, Otten, Stalpaerts. Ook kende Diessen verscheidene voorname behuizingen, zoals het Hooghuis, de Mijntjeshoef, de Oude Pastorie en het Kasteeltje (te Baarschot). Dat het hiebij om indrukwekkende panden kon gaan, bewijst een bericht uit 1840, waarin het Hooghuis werd omschreven als drie verdiepingen (!), in grachten gelegen en met beelden versierd.

In de 17e eeuw werd het moeilijker voor de (katholieke) bevolking van Brabant. Vanaf de vrede van Munster (1648) werd onze provincie als een soort wingewest bestuurd door de Staten-Generaal te Den Haag (vandaar de benaming 'Generaliteitsland'). De r.k. godsdienst was in deze periode min of meer verboden en de Willibrorduskerk

                                                                                                                   12
Ingekleurde tekening van de Achterste Molen te Baarschot, in 1832 gemaakt door een soldaat die hier gelegerd was in verband met de Belgische Opstand.


viel toe aan de protestanten. Nu waren er nauwelijks protestanten in Diessen (in of kort na 1648 werd een protestantse metselaar benoemd tot schoolmeester en koster in Diessen), zodat de kerk amper gebruikt werd. Intussen bezocht de katholieke bevolking de erediensten in een grenskerk op Poppels grondgebied, later in een lokale schuurkerk.
Maar ook op economisch gebied ging het slecht. De als maar stijgende belastingdruk was fnuikend voor de eerder opgebouwde welvaart, en alsof dat niet genoeg was, werd onze streek ook nog geteisterd door plunderende legers. Zo werd Diessen in 1702 geplunderd door de Franse troepen. Met name de bezittingen van de kerk en de gilde moesten het ontgelden. De totale schade bedroeg ruim 10.000 gulden. In 1746 trokken opnieuw vreemde troepen door Diessen. Verder werd het dorp van tijd tot tijd geteisterd door epidemieŽn, terwijl de veldgewassen een aantal malen werden getroffen door natuurrampen zoals vernielende hagelbuien of anderszins.

Franse tijd en scheiding van de heerlijkheid
In 1795 vielen de Fransen ons land binnen en werd de Betaafse Republiek uitgeroepen. Voor Brabant betekende deze omwenteling religieuze vrijheid en politieke gelijkstelling. De Diessense ker werd in 1798 aan de katholieken teruggegeven en de godsdienst kon weer openlijk worden beleden. Ook op politiekstaatsrechtelijk gebied was het een tijd van grote veranderingen. Het belangrijkste voor Diessen was ongetwijfeld het uiteenvallen van de heerlijkheid. In 1803 scheidde Westelbeers zich reeds af en verenigde het zich met de beide andere Beerzen. Dit zeer tegen de zin van het heerlijkheidbestuur, dat onder meer bevreesd bleek voor inkomstenderving voor de schout, de vorster en de dienders van Beek. De afscheiding van Westelbeers was echter pas het begin: in 1808 begon Diessen zich op zijn beurt een grotere zelfstandigheid aan te meten door op eigen gezag een nieuwe ondervorster-schutter aan te stellen. In 1810 werden de 'mairies' ofwel gemeenten (sinds ons land was ingelijfd bij het Keizerrijk van Napoleon was het Frans de ambtelijke taal) Hilvarenbeek, Diessen en Alphen en Riel ingesteld. De heerlijkheid was nu echt 'passťe'!

De gemeente Diessen in de 19e eeuw
Bij besluit van 30 juli 1810 werd tot eerste burgemeester ('maire') van Diessen benoemd de in Tilburg geboren leerlooier A.J. Lombarts. Lombarts bleef na de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden als eerste burger gehandhaafd, maar zag zijn functie in 1828 al weer in gevaar komen. In genoemd jaar werden namelijk plannen bekend om Diessen bij de gemeente Hilvarenbeek te voegen. Diessen verzette zich fel, onder meer wijzend op het voldoende inwonertal (906), de gezonde financiŽn en de van oudsher bestaande 'geprononceerde antipathie' tussen de inwoners van Diessen en die van Beek.

                                                                                                                   13
Norbertus W.C. van Dijck, op 14-12-1867 te Diessen geboren en aldaar overleden op 22-1-1941. Hij was gemeentesecretaris van 1892 tot 1927, vandaar zijn bijnaam 'de Sik'. In de 19e eeuw zijn drie Van Dijck's burgemeester van Diessen geweest. Het waren:
- Norbertus E. van Dijck, op 25-12-1799 te Diest (BelgiŽ) geboren en op 19-4-1852 te Diessen overleden. Burgemeester van 1845 tot 1852.
-Bernardus E.A. van Dijck, op 20-2-1826 Diessen geboren en op 12-9-1881 te St. Michielsgestel overleden. Burgemeester van 1852 tot 1863.
-Maximilaan M. van Dijck, op 9-3-1829 te Diessen geboren en op 6-5-1900 te Diessen overleden. Burgemeester van 1863 tot 1900
Bidprentje van Adriaan J. Lombarts, op 9 augustus 1768 te Tilburg geboren en op 11 december 1844 te Diessen overleden. Hij was burgemeester van 1810 tot 1844.
Johannes J Heuvelmans en zijn
echtgenote Johanna Moonen.
Heuvelmans werd op 15 september
1858 te Diessen geboren en overleed  
aldaar op 9 november 1922. Hij was
burgemeester van 1900 tot 1922.
Marinus Roozen werd op 25 april 1896 te Hilvarenbeek geboren en overleed op 18 november 1969 te Tilburg. Hij was raadslid van 1927-1941 en 1945-1966, wethouder van 1927-1941 en 1947-1966 en waarnemend burgemeester van 1944-1947. In 1959 werd hij onderscheiden met het ridderschap in de Orde van Oranje-Nassau.
14
Bij de installatie van burgemeester Nijssen. We zien ondermeer marechaussee Walthout, burgemeester Nijssen, veldwachter Kees Schoenmakers, mevr. Nijssen-Jacobs en meester Loonen.
Gerardus Nijssen was op 30 januari 1874 te Meyel geboren en overleed op 30 maart 1932 te Diessen. Hij was burgemeester van 1923 tot 1931.


Deze argumenten werden blijkbaar steekhoudend geoordeeld, want van verdere actie van hogerhand is niets gebleken. In 1844 overleed Lombarts en tot zijn opvolger werd benoemd de leerlooier N.E. van Dijck. Hij was in de buurt van Tongerlo geboren en een neef van de laatste Tongerlose pastoor van Diessen, Siardus van Dijck, zodat het waarschijnlijk is dat hij in diens kielzog naar Diessen is gekomen. Een van de vele functies die hij naast het burgemeestersambt vervulde, was de waardigheid van lid van Provinciale Staten van Brabant (van 1851 tot zijn dood in 1852). Zijn opvolger als burgemeester was zijn zoon B.E.A. van Dijck. Deze was bij zijn aantreden nog opvallend jong; 26 jaar en daarmee de jongste burgervader die Diessen ooit heeft gehad. In 1853 werd hij ook tot raadslid gekozen (de combinatie burgemeester -raadslid was in Diessen tot 1931 regel) en daarmee was hij ook een van de
Bij de installatie van burgemeester Voets op 11 juni 1931. V.l.n.r. zittend: vader Voets(?) - burgemeester Voets - moeder Voets - Willem van Gils L.z. - Lowie van Gils
staand: gemeentesecretaris Piet Hordijk - Tinus Roozen - hoofdonderwijzer Frans van der Meer - pastoor Van Enschot - rector Van den Hout.
Antonius J.L. Voets werd op 12 april 1902 te Rosmalen geboren en overleed op 16 juni 1962 te Nijmegen. Hij was burgemeester van 1931 tot 1943.
15
Het afscheid van burgemeester Wijnhoven, bij welke gelegenheid hij een jachtgeweer kreeg aangeboden (hij was een verwoed jager). Hij wordt omringd door leden van de gemeenteraad. V.l.n.r. Janus Heuvelmans - Janus Heerbeek - Harrie van Riel - Jo Timmermans - Graad Linnemans - burgemeester Wijnhoven - mevrouw Wijnhoven-Neuenhofer - wethouder Janus van Bijsterveldt - wethouder Tinus Roozen.
Peter J. Wijnhoven werd op 2 juli 1894 te Maasbree geboren en overled te Venlo op 1 mei 1979. Hij was burgemeester van 1947 tot 1959
.

jongste raadsleden die onze gemeente ooit heeft gehad. Al snel, in 1863, nam hij ontslag en vertok hij naar St. Michielsgestel, waar hij zich vestigde als notaris. Zijn opvolger als burgemeester was zijn broer M.M. van Dijck. Deze bleef in totaal 37 jaar in functie en had daarmee de langste zittingsperiode van alle Diessense burgemeesters. Hij was tevens houder van het postkantoor.

De gemeente Diessen in de 20e eeuw
In 1900 kwam er vrij onverwacht een eind aan de opeenvolgende burgemeesterschappen van de familie Van
Intocht burgemeester Otjens. V.l.n.r. Jozef Hoosemans - Toon Hoosemans - Ad Heuvelmans F.z. - pastoor Van der Linden - mevrouw Otjens-van der Sluys - burgemeester Otjens - Kees Verhoeve N.z.
Goswinus J.H. Otjens werd op 29 oktober 1909 in Oss geboren en overleed op 6 augustus 1977 te Tilburg. Hij was burgemeester van 1960 tot 1973
.

                                                                                                                                                 16
Dijck. N.C.W. van Dijck, kleinzoon van N.E. van Dijck en oomzegger van B.E.A. en M.M. van Dijck, werkte sinds 1892 als secretaris op het gemeentehuis en zou de nieuwe burgemeester wel worden, dacht men. Dat dit niet gebeurde, hing misschien samen met zijn pogingen het 'heerlijk jachtrecht' afgeschaft te krijgen. Hoe dan ook, hogerhand besliste dat niet de vierde Van Dijck, maar de eerder dat jaar reeds tot wethouder gekozen J.J. Heuvelmans werd benoemd tot burgemeester van Diessen. Deze landbouwer vervulde het ambt tot zijn dood in 1922, kort voor zijn pensionering. Heuvelmans was de laatste in Diessen zelf geboren burgemeester. Hij werd opgevolgd door G. Nijssen. Deze nam in 1931 om gezondheidsredenen ontslag en werd opgevolgd door A.J.L. Voets. Voets, die - niet geheel naar de zin van raad en bevolking - tijdens zijn burgemeestersschap in Hilvarenbeek bleef wonen, bestuurde de gemeente tot hij in 1943 door de bezetter werd vervangen door J. Timmermans. Deze NSB-burgemeester maakte zich om begrijpelijke redenen in september 1944 al weer uit de voeten en is sindsdien nooit meer teruggezien. Na de bevrijding werd de vroegere wethouder M. Roozen tot waarnemend burgemeester benoemd, hetgeen hij bleef tot in 1947 P.J. Wijnhoven werd geÔnstalleerd. Deze vervulde het ambt tot in 1960 G.J.H. Otjens tot zijn opvolger werd benoemd. In 1973 werd aan Otjens om gezondheidsredenen ontslag verleend, waarna R.J.G.M. Reinders hem opvolgde. Reinders bleef tot en met 31 december 1996 toen Diessen werd heringedeeld met de gemeente Hilvarenbeek en weer zijn zelfstandigheid verloor.

De economische toestand vanaf 1810
In de 19e eeuw werden de eerste voortekenen zichtbaar van de grote verandering die te gebeuren stonden. Zo werden langzaam maar zeker de verbindingen beter en daarmee het isolement van het platteland kleiner. De eerste verharde wegen werden in de jaren '70 van de 19e eeuw aangelegd. De provincie legde omstreeks 1875 de klinkerweg Hivarenbeek-Oirschot plus de huidige Willibrordusstraat aan. De wegen naar Baarschot en Haghorst werden pas omstreeks 1930 verhard (met hoogovenslakken). Grotere veranderingen kwamen er in de 20e eeuw. Het belangrijkst was het, dank zij toepassing van kunstmest, mogelijk was geworden de uitgestrekte heide te ontginnen. Soms gebeurde het op bescheiden schaal (een boer ontgon zelf zijn eigen heiveld), soms op zeer grote schaal. De grootschalige ontginningen werden veelal ter hand genomen door niet-Diessenaren, die over veel kapitaal beschikten (hetgeen de plaatselijke bevolking ontbeerde). De Zeeuwse oesterkweekers Jan van der Velde en Jozias de Koeijer kochten omstreeks 1910 225 hectare grond in de Beersche Heide. Adriaan Rijk en zijn NV 'De Toekomst' pachtten in 1917 en 1918 grote stukken van de Baarschotse en vooral ook de Beersche Heide. Beide ontginningen mislukten. Onbekendheid met de grond en het vasthouden aan de hen vertrouwde bedrijfsvorm (akkerbouw in plaats van gemengd bedrijf) leidden ertoe dat heel wat geld werd 'begraven'. Hetzelfde gebeurde in Haghorst in de Opslag en de Drie Huizen. Enkele ontginners slaagden er hier wonderwel in tabak te verbouwen, maar toch hebben ze het niet gered. Rond 1928 kwam een tweede groep ontginners naar Haghorst. De meeste kwamen uit Gilze en omgeving en waren dus vertrouwd met de zandgrond. Ze vestigden zich in het oosten van Haghorst en de meeste slaagden erin een bedrijf op te bouwen. In 1875 werd voor het eerst gesproken over plannen tot aanleg van een kanaal. Het gemeentebestuur was ingenomen met deze plannen, maar vond wel dat een ligging meer naar het zuiden (dichter bij de kom van Diessen) 'meer in het belang der Gemeente' was. De hogere overheden lieten zich hierdoor niet overtuigen, zodat het kanaal volgens plan dwars door Haghorst werd aangelegd. Het Wilhelminakanaal kwam uiteindelijk omstreeks 1923 gereed en was van grote betekenis voor de landbouw, met name die van Haghorst. Er werd een loswal aangelegd, waardoor de aan- en afvoer (vooral van kunstmest respectievelijk suikerbieten) eenvoudiger werd. Door de ontginningen groeide Haghorst van een onherbergzaam, dunbevolkt gebied uit tot een
Een stoomboot vaart de sluis te Haghorst in. Het kanaal kwam in 1923 gereed, de loswal met pakhuis en weegbrug in 1925.
                                                                                                                    17
gemeenschap van een zekere omvang. Geen wonder dan ook dat men ging pleiten voor eigen voorzieningen zoals kerk en school. Maar hoewel de 'schoolkwestie Haghorst' al rond 1930 begon te spelen, zou het toch nog tot na de Tweede Wereldoorlog duren alvorens Haghorst een eigen kerk en school zou krijgen. Baarschot groeide minder sterk. Er werd wel heide ontgonnen, maar de instroom van buiten was beperkt. De roep om zelfstandigheid en eigen voorzieningen heeft daar dan ook altijd veel minder geklonken.
In de jaren '30 en '40 werd de eerste grote ruilverkaveling uitgevoerd en wel in het Diessense Broek. Het was een voorbode van nog grotere veranderingen in de landbouw en daarmee samenhangend, in de algemene economische situatie.
Het inwoneraantal van Diessen schommelde in de 18e  eeuw rond de 800 en klom in de 19e eeuw langzaam naar ruim 900. Tussen 1910 en 1920 werd het eerste duizendtal bereikt. De 2000e inwoner was Nellie Michielsen (4 maart 1948) en de 3000e Ingrid van Korven (30 november 1970). Op de foto ziet u de 2500e Diessenaar: Noco van Hoof, in de veilige handen van zijn moeder Anneke van Hoof-Kuijpers. Nico is geboren op 15 november 1962. Inmiddels zit de gemeente Diessen aan de 4000 inwoners (1990).
Enkele opmerkelijke Diessenaren


Diessen heeft door de eeuwen heen uiteraard diverse interessante personen voortgebracht. Probleem is vaak dat we weinig of niets van hun levens weten, hetzij omdat er nooit iets over is opgetekend, hetzij omdat de betreffende gegevens in nog niet geŽxploreerde archieven zijn verborgen. De hiernavolgende reeks van vier opmerkelijke Diessenaren is dan ook allesbehalve volledig, maar daarom niet minder interessant.

Heywich van den Nieuwenhuysen werd rond 1500 in Diessen geboren en trouwde in 1526 met de toen ongeveer 70-jarige Hans Poppenruyter. De grote humanist en wijsgeer Erasmus noemde Poppenruyter bij deze gelegenheid 'een oude, vieze man' en merkte aangaande diens jeugdige bruid op dat zij 'zich maar het beste in de Schelde kon verzuipen!' Het opmerkelijke paar woonde in Mechelen, waar Poppenruyter een zeer bekende en winstgevende kanongieterij dreef. Na de dood van haar man leidde Heylwich zelf het bedrijf, hetgeen voor een vrouw in die tijd beslist ongewoon was. In 1536 hertrouwde ze, maar dit huwelijk bleef, evenals haar eerste, kinderloos. Toen ze in 1562 overleed, vermaakte ze een groot deel van haar aanzienlijke vermogen aan een op te richten tehuis voor arme kinderen. In dit Sint Heylwichstehuis zijn ook vele Diessense kinderen in de kost gedaan.

Servaes van den Nieuwenhuysen werd vermoedelijk eveneens omstreeks 1500 in Diessen geboren. In 1537 vestigde hij zich in Antwerpen als korenkoopman, maar met Pasen 1538 vereerde hij zijn geboorteplaats weer met een bezoek. Een gewelddadig bezoek overigens, want Servaes liep met getrokken zwaard de Diessense kerk binnen en riep tot de verzamelde gelovigen: 'Ghy papen, het is genoch gesongen' (Gij katholieken, er is genoeg gezongen).
Hierna vernielde hij het zangboek en de kelk en mishandelde hij de priester Aerden Verculen. Dit wilde gedrag zette hij nog een tijdje voort, waarna hij naar Hilvarenbeek trok. Daar werd hij gevangen gezet. Ńenmerckende zyn crancksinnicheyt' werd hij 'mild' gestraft: de wildeman werd in 'zyne cleederen eene ure lanck, mit boecken en kelckten behangen' op het schavot te kijk gezet. Of hij sindsdien braaf heeft geleefd, is niet bekend. In 1544 is Servaes van den Nieuwenhuysen kinderloos overleden.

Jacobus Veltacker is een van de belangrijkste en invloedrijkste mensen uit de Diessense geschiedenis.Hij werd in 1523 in Diessen geboren. Zijn vader bezat in Baarschot de hoeve 'den Veltacker' en het leengoed 'ten Hove', waarnaar hij 'den leenman tot Baeschot' werd genoemd. Jacobus Veltacker studeerde theologie aan de Universiteit van Leuven en werd in 5152 kloosterling van Tongerlo. Al snel werd hij proost van de abdij en in 1563 maakte hij een goede kans om tot abt te worden gekozen. Ongelukkigerwijs werd de abtskeuze (als gevolg van de grote politieke en financiŽle rechten die met het ambt samenhingen) voorwerp van de strijd tussen onder anderen de koning van Spanje, de Bisschop van Den Bosch en de paus. Resultaat van dit alles was dat Veltacker weliswaar niet formeel tot abt werd benoemd, maar wel de dagelijkse leiding van de abdij behield. Al was hij dan geen echte gemijterde abt, toch stond Jacobus Veltacker in hoog aanzien. Zo kreeg hij in 1571 een ereplaats in de diocesane synode van Den Bosch en had hij zitting en de Staten van Brabant. In 1583 overleed deze grote Diessenaar te Antwerpen.

Adriaan Stalpaerts is (anders dan de hierboven genoemden) niet in Diessen geboren, maar omdat hij sinds zijn prille jeugd in Diessen heeft gewoond, wordt hij  hier toch behandeld. Een zuster van de hierboven genoemde Jacobus Veltacker was getrouwd met de Bekenaar Niclaes Stalpaerts. Uit dit huwelijk werd in 1563 te Hilvarenbeek Adriaan Stalpaerts geboren. Hij groeide op in Baarschot, op het al meer genoemde leengoed 'ten Hove', waarheen zijn familie al snel verhuisde. Adriaan Stalpaerts trad bijna volledig in de voetsporen van zijn illustere oom Jacobus. In 1585 trad hij in Tongerlo in en na pastoor te zijn geweest in Hapert en Hoogeloon en in Waalwijk, werd hij in 1607 tot coadjutor benoemd. Een jaar later, in 1608, werd hij benoemd tot abt van Tongerlo. Hij stimuleerde de wetenschapsbeoefening, onder meer door de stichting van enkele studiebeurzen. In 1629 overleed hij te Duffel.
18
DE TWEEDE WERELDOORLOG


De periode '40-'45 is ook aan Diessen niet ongemerkt voorbijgegaan en meermaals was ons dorp centrum van hevige gevechten. Met name tijdens de Duitse inval op 12 mei 1940 kwam het tot harde gevechten tussen de SS-divisie en het Franse leger, maar ook de bevrijding op 24 september 1944 is een zwarte bladzijde in de Diessense geschiedenis.
Nadat dictator Hitler in 1938 Oostenrijk ingelijfd had en in maart 1939 Tsjechoslowakije bezette, werd op 29 augustus in Nederland de Algemene Mobilisatie afgekondigd. Het kabinet-De Geer riep alle mannen van de lichting 1924 tot 1939 onder de wapenen.
In Diessen begaven zich plm. 40 dienstplichtigen naar de Peel of aan de Maas, de Grebbe of andere adressen. In angstige spanning wachtte ons land de komende gebeurtenissen af. De hoop dat onze neutraliteit, zoals in 1914, geŽerbiedigd zou worden, was niet groot meer, zeker niet nadat Hitler op 1 september Polen binnenviel en Frankrijk en Engeland samen aan Duitsland de oorlog verklaarden.

Op 11 mei 1940 kwam een gemotoriseerd en gepantserd Frans legeronderdeel, rechtstreeks vanuit Noord-Frankrijk, Diessen binnenrijden. Zij zouden de opmars van de Duitsers proberen tegen te houden of minstens te vertragen. Ze namen hun stellingen in het dorp in en verschansten zich achter huizen en heggen, hun wapens gericht op de brug over de stroom aan de Beerseweg.
Het gerucht ging dat de Duitsers in aantocht waren en dat ze in de loop van zondag 12 mei in Diessen zouden komen. Hierdoor zou Diessense Pinksteren 1940 niet traditioneel verlopen. De Diessense bevolking kreeg het advies binnen te blijven en de bewoners van de kom kregen de raad te evacueren naar de omgeving.

Rond 15.30 uur die eerste pinksterdag losten de Fransen, die de uitkijkpost op de toren bezetten, enkele waarschuwingsschoten en verscheen de eerste Duitse gevechtswagen over de Beerseweg. Door de Franse schoten en de opgeblazen brug was deze genoodzaakt terug te gaan.
Daarna werden kerk en toren beschoten en trokken stoottroepen via de Rijt en het Hoekje het dorp in. Het kwam tot harde gevechten tussen de SS-divisie en het Franse leger. Door de overweldigende Duitse meerderheid waren de Fransen genoodzaakt zich terug te trekken en trokken de Duitsers Diessen binnen. De voorhoede van de SS-divisie bleef niet lang en rukte die avond nog op tot Goirle, gevolgd door andere legeronderdelen, met de bedoeling de volgende dag het gebied tussen Antwerpen en Breda te bezetten. Drie dagen en nachten lang ging de Duitse doortocht onafgebroken door. Er leek geen einde te komen aan de voertuigen, tanks, geschut en infanteriemotoren

Op dinsdag 14 mei capituleerde het Nederlandse leger, nadat de Luftwaffe kort daarvoor Rotterdam gebombardeerd had en dreigde met eenzelfde gruwelijk lot voor Amsterdam en Utrecht. Daarna was de knellende druk van de Duitse bezetters dagelijks te voelen.
19
Van alle kanten knalden die 1e pinksterdag de schoten, ratelden de mitrailleurs en vielen scherven glas en puin krakend en knetterend neer.
Nadat het schieten na enige tijd ophield, bleek dat Lies en Marie Menheere, de dochters van de klompenmaker, en Mina de Brouwer-van Wezel gewond geraakt waren en kort daarna stierven.
Een uitgebrande Franse tank bij de restanten van de boerderij van Jan van Rijthoven in de Laarstraat. Er branden nog drie boerderijen meer af, nl. van Janus Heuvelmans in de Rijt, van Kees Jansen en van Janus Kroot aan de Beerseweg.
20
Na de capitulatie werd de dienstplicht opgeheven en keerden de militaire terug naar huis en werden ook in juni de krijgsgevangenen vrijgelaten. Eťn militair zou nooit meer terugkeren, namelijk Jan de Vries. Hij raakte bij gevechten bij het vliegveld Ypenburg gewond door granaatscherven en stierf op 16 mei 1940. Hij is postuum onderscheiden met de Bronzen Leeuw 'voor het bedrijven van moedige en beleidsvolle daden bij het verkennen van stellingen onder hevig vijandelijk vuur'.
Er was veel glas- en kogelschade aan huizen en het klooster. Ook de kerk liep ernstige schade op door granaatscherven en kreeg het zwaar te verduren. De drie gebrandschilderde ramen in het priesterkoor waren vernield, er was een gat in het plafond geslagen en een stuk van de communiebank werd versplinterd. In de Toren waren een paar grote gaten in de muur geschoten en een paar balken die 't dak stutten, werden versplinterd.
21
Er sneuvelde elf Franse soldaten, die op 2e pinksterdag door vrijwilligers begraven werden. Enkele weken later zijn ze opgegraven en kregen ze een gezamenlijk graf op het kerkhof. Negen jaar later zijn ze naar de erebegraafplaats in Kapelle (Zeeland) overgebracht.

De Arbeidsdienst
In 1941 werd de Nederlandse Arbeidsdienst opgericht, naar het Duitse voorbeeld 'Arbeitsdienst', een nationaal-socialistisch opvoedingsinstituut.
Hoewel deze dienst bedoeld was voor alle jonge mannen, werden aanvankelijk alleen vrijwilligers geworven. Ondanks de propaganda via het aanplakbord bij het raadhuis over de buitengewone deugden van dit 'instituut' kon men slechts weinigen overtuigen. In september 1942 werd de Arbeidsdienst voor iedere jongeman van 18 jaar verplicht gesteld. Degenen die werk vonden in de landbouw, kregen vrijstelling. Veel burgerjongens werden in naam boerenknecht en ontliepen zo de Arbeidsdienst. In 1943 werd besloten het kamp Baarschot (nu conferentieoord de Spreeuwel) te gaan gebruiken voor de verplichte Arbeidsdienst. Voorheen werd het kamp gebruikt als huisvesting voor werkeloze uit Schiedam en Rotterdam, die tewerkstelling aan ruilverkavelingprojecten zoals ''t Broek', de normalisatie van de Reusel, verkozen boven tewerkstelling in Duisland. In het voorjaar van 1944 werd het kamp in gebruik genomen en kon men regelmatig de NAD-troepen met de schop aan de schouder door het dorp zien trekken.
Normaliseringwerkzaamheden aan de Reusel in oktober 1941.
22
De landstand
De boeren hadden veel last van de vele voorschriften die tegen hen werden uitgevaardigd. Men kreeg aanvankelijk al minder veevoeder en kunstmest toegewezen, paarden werden gevorderd en er was een verplichte levering van vlees en graan. Daarna kwam er een teeltregeling, die de boeren verplichtte hoofdzakelijk granen te verbouwen maar ook b.v. koolzaad. Voor nagenoeg elke handeling die moest worden verricht, diende men de nodige papieren aan te vragen. Zo ook b.v. voor het slachten. Ondanks de dreigementen en waarschuwingen van officiŽle instanties werd er enorm veel 'zwart' geslacht en had zelfs bijna iedere burger wel ergens een big staan, die hij zelf mestte. Voor de oorlog waren bijna alle boeren en tuinders lid van de NCB. Ook veel burgers die voor eigen gebruik wat tuinierden en wat vee mestten, waren hierbij aangesloten. In oktober 1942 werd de 'Landstand' opgericht en alle bestaande boerenorganisaties moesten hierin opgaan. De Landstand werd niet echt geaccepteerd en het gratis weekblad, rondgebracht door Harrie 'd'n booi' (Harrie van Hees) werd door de meeste ontvangers teruggestuurd. Ook wilde niemand vrijwillig de contributie betalen. Pas na allerlei dreigementen en dwangbevelen betaalde iedereen. De Landstand poogde wel de sympathie van hun leden te werven door in 1942 voor voorlopig een jaar uitstel te krijgen voor het verbod op huisslachtingen, maar dit werd meer gezien als een propagandastunt.
De paardenvordering in oktober 1941 was voor velen aanleiding om in de Willibrordusstraat op de toenmalige wei links van het huidige gemeentehuis te gaan kijken. Velen gingen met de fiets. Wie later in de oorlog een eindje ging fietsen, liep grote kans dat ie te voet thuiskwam, omdat een Duitse soldaat haast had en het rijwiel opeiste. Het opeisen en zonder meer afpakken van fietsen gebeurde de hele bezettingstijd door. Vooral aan het einde van de oorlog was geen fiets of ander rijdend materiaal meer veilig.
Burgemeester Timmermans
In september 1943 werd de NSB'er Timmermans burgemeester van Diessen, hetgeen hij bleef tot daags voor Dolle Dinsdag. Hij was voorstander van Winterhulp, een charitatieve organisatie voor het volk, en ging o.a. omdat het moeilijk was collectanten te krijgen, zelf met de collectebus de huizen af. Op zijn uitnodiging aan de Diessense jeugd om in Hilvarenbeek mee naar de kermis te gaan, reageerde niemand. Deze kermis werd door zijn collega De Bresser uit Hilvarenbeek georganiseerd en de opbrengst zou voor Winterhulp zijn.

Inlevering van metalen
Wegens tekort aan metaal voor de Duitse wapenindustrie moesten koper, tin, nikkel en lood ingeleverd worden. Het resultaat van de inzameling in Diessen was een armzalig hoopje spullen dat opgeslagen lag in een hoek van het patronaat. In januari 1943 werden in Diessen de klokken uit de toren gehaald om daarna omgesmolten te worden tot granaathulzen en kanonslopen. Na deze klokkenroof hing men in de Diessense toren een grote zuurstoffles, die een gemeen vals geluid te horen gaf.
























De Klokkenroof 1 februari 1943

Staking
Op 29 april 1943 was de proclamatie van de Duitse opperbevelhebber generaal Christiansen aanleiding om tot een landelijke korte maar hevige staking over te gaan, want allen van het voormalige Nederlandse leger moesten zich nl. weer in krijgsgevangenschap begeven.
Allen mannen tussen 18 en 40 jaar moesten zich bij de Duitse instanties melden voor de 'Arbeitseinsatz', hetgeen betekende 'tewerkstelling in Duitsland' voor productie van wapens en ander materiaal. Velen van hen doken onder. Deze regeling betrof zo'n 40 Diessenaren. In Diessen werd reeds op vrijdagavond 29 april door meerdere boeren besloten om de komende dagen geen melk te leveren. Dit duurde tot en met maandag 3 mei. Daarna was de levering weer normaal. In de nacht van maandag op dinsdag werden Kees van Gils en
Met de verjaardag van koningin Wilhelmina (31 augustus) in 1941 was er ook in Diessen symbolisch verzet. Op veel plekken schilderde men anti-Duitse en pro-Oranje teksten.
23
V.l.n.r. Nel van Hoof J.d. - Bord van Gils (koster) - Miet van Hoof - Kees van Gestel - Harrie van Hoof - Jo van Hoof - Sien van Hoof - Gust de Vries en vooraan Bord van Gils aan de melk in de winkel van Jan van Hoof.
24
Toon Jansen, resp. voorzitter en secretaris van de opgeheven RK Jonge Boerenstand, opgepakt en naar de kazerne te Hilvarenbeek gebracht, waar ook bestuursleden van boerenbonden van de omliggende dorpen in arrest zaten. De volgende dag werden ze naar Vught getransporteerd. Ondertussen werd in Diessen op 4, 5 en 6 mei in een volle kerk de rozenkrans gebeden en trok op 7, 8 en 9 mei een grote stoet Diessenaren te voet naar de Oirschotse kapel om zo te bidden voor hun vrijlating, die na enkele dagen ook gebeurde.

Scholen
Op Pinksterzondag 1944 werden de scholen en het patronaatsgebouw gevorderd; ze moesten onmiddellijk ontruimd worden voor Duitse soldaten die van het Oostfront kwamen en hier weer op sterkte gebracht moesten worden; officieren werden bij burgers ondergebracht. Na enkele weken gedwongen vakantie werden noodscholen ingericht. De magazijnen van smid Heuvelmans en timmerman Van den Hout werden gemeubileerd met banken, evenals de koeistallen van Timmermans op den Heuvel en Jan van Rijthoven op het Laar. De mestgroep werd afgedicht met planken en zo kon het onderwijs doorgang vinden. In september (Market Garden) werd de tijd zo onrustig dat ook toen de schooljeugd vrij kreeg. Bovendien moesten de koeien op stal. Ook in de bevrijdingswinter zijn een paar van deze ruimten nog als noodschool gebruikt, alhoewel onderwijs nauwelijks mogelijk was, omdat veel ruiten kapot waren en brandstof schaars was.
Noodschool in schuur van Jan van Rijthoven.
De foto is gemaakt op 27 juli 1944
De bevrijding
Al vanaf 6 juni '44 na de landing van de geallieerde troepen in NormandiŽ, onder leiding van generaal Eisenhower, was de bevrijding al verwacht en gehoopt. Iedereen dacht dat de Amerikanen, Canadezen en Engelsen zeer snel heel West-Europa bevrijd zouden hebben van de gehate Duitsers. Maar zo vlot liep het allemaal niet, want de Duitsers verdedigden zich even fanatiek als ze ook in hun aanvalsoorlog geweest waren.
Via de verborgen radio was men goed op de hoogte van de vorderingen, die de geallieerde troepen maakten. Die waren er wel, maar toch ging het niet zo snel als men gehoopt had. Pas in september was er nieuwe hoop. Op dinsdag 5 september stond heel Nederland op zijn kop: Dolle Dinsdag. De geallieerden hadden Nederland bereikt en Breda bevrijd! (Dat laatste bleek later een gerucht te zijn, dat rondgestrooid werd om de Duitsers in paniek te brengen.) Er heerste een jubelstemming. In Baarschot durfde men het zelfs aan om een voetbalwedstrijd te spelen, een elftal onderduikers tegen de boeren. Een riskante zaak, temeer daar de Duidsers er nog steeds waren. Antoon van Dijck zorgde ervoor dat er gespeeld kon worden op een weiland achter Van Doormaal. Tijdens de wedstrijd werd het terrein bewaakt door de Hollandse politie. Na afloop volgde een gezamenlijke Brabantse koffietafel.
Ondanks dit optimisme zou het toch nog bijna twee weken duren voordat ons dorp aan bevrijding mocht denken. Op zondag 17 september, toen veel Diessenaren van de jaarlijkse bedevaart St. Cornelius in Esbeek terugkwamen, trok een grote luchtvloot van geallieerde vliegtuigen over Diessen richting Eindhoven. Men verwachte dat ze in de buurt van Eindhoven zouden landen en dat ze zů hier zouden zijn. Weinigen wisten op dat moment dat ze naar Arnhem vlogen waar de mislukte parachutistenlanding volgde (operatie Market Garden).

De Duitsers in Diessen bereidden zich voor op de komst van de geallieerden en troffen maatregelen om hun opmars zoveel mogelijk af te remmen.
Zo werden, nadat de gezinnen in de naaste omgeving elders onderdak gezocht hadden, de beide bruggen over het kanaal in Haghorst opgeblazen, waarbij ook de elektriciteitskabel die Diessen van stroom moest voorzien, vernield werd. Diessenaren moesten meehelpen stellingen te graven, maar de animo was niet bijster groot en vele doken onder. Er werd op meerdere plaatsen, 't Hoekje en in de Molenstraat, maar ook in Baarschot geschut in stelling gebracht. Op 23 september verscheen een troep 'Fallschirmjšger' die bij de pastorie
25
een seintoestel opstelde en inkwartierde in de meisjesschool en de pastorie. Later namen ze hun intrek bij de langs de Beerseweg wonende boeren.
Voor de Diessense bevolking was duidelijk dat de Duitsers zich niet zonder meer over zouden geven en dat de bevrijding niet zonder slag of stoot zou gaan. Veel dorpelingen richtten hun voorraadkelder in als schuilkelder zoals hierboven bij Piet van den Hout in de Willibrordusstraat.
V.l.n.r. Cor van den Hout-van Hees - Piet van den Hout - Anna van Hees - J. Albers (politieagent) en zijn vrouw.
Het keldergat maar ook de ramen werden met zandzakken afgeschermd. Hier zien we Grada van Rossum, een nichtje van pastoor Van der Linden en Jans van Nieuwkuijk op de zandzakken die op het rooster van het keldergat van de pastorie lagen.
Op 24 september kende Diessen zijn zwartste dag. In alle vroegte begon een drie uur durend bombardement, waarbij de gehele omgeving van de kerk met granaten bezaaid werd.
Reeds bij het eerste salvo kreeg de schuilkelder die achter de boerderij van Jan Vingerhoets op de Heuvel was gegraven, een voltreffer, zodat van de 16 personen die zich in de kelder bevonden, er 6 gedood werden en 2 zwaargewond. De gewonden werden nog diezelfde dag met paard en wagen naar het ziekenhuis in Tilburg gebracht, waar Miet Vingerhoets 's avonds overleed. Toon van den Bergh kwam later weer thuis. In de meisjesschool waren twee Duitsers door scherven gedood en bij cafť Timmermans was er een gewonde.
                                                                                                                                                   26

De Diessense slachtoffers:
Johannes Vingerhoets (36 j.) Maria Vingerhoets-Timmermans (36 j.) Adriana Vingerhoets (5 j.)
Maria van den Bergh-van Gool (33 j) Paulina van Gool-de Kort (77 j)




Cornelis Vingerhoets (7 maanden)



Paulus van den Bergh (2 weken)
Twee Engelse militairen voor de afgebrande boerderij van Piet Nooyens Cz. De brand ontstond doordat de ingekwartierde Engelsen met een spiritusbrander kookten.
De Baarschottenaren bouwden uit dankbaarheid voor de bescherming tijdens de oorlog de Mariagrot, die op 15 augustus '45 officieel werd ingezegend door pater Fidentius. Tevens werd een oorkonde ingemetseld waarop de namen van alle Baarschottenaren vermeld staan.
27
Ook de materiŽle schade was groot. De kerk had door vier voltreffers een gat in de muur van het priesterkoor en vele ramen werden vernield. Al de wegen in de omgeving van de kerk lagen vol glas, puin, dakpannen e.d.. Met dit bombardement werd Diessen vijf weken frontgebied. De Duitse militaire objecten die in Diessen opgesteld stonden, waren regelmatig doelwit voor de geallieerden. Dagelijks floten granaten over de huizen heen zodat de bevolking zoveel mogelijk binnen of in schuilkelders bleef.
In de nacht van 2 op 3 oktober bliezen de Duitsers de brug over de Reusel aan de Beerseweg op, en 's ochtends waren ze alle met de stille trom vertrokken. Ze trokken zich terug tot de noordkant van het Wilhelminakanaal tot Biest-Houtakker. De Engelsen wisten Haghorst nog op dezelfde dag als Diessen te bevrijden, alleen de overkant van het kanaal werd pas drie weken later bevrijd, nadat de Duitsers zich terugtrokken tot aan Moergestel.
Op 3 oktober kwamen via het bruggetje in de Rijt de eerste Britse verkenningswagens Diessen binnenrijden. Het bleken Schotten te zijn, een legeronderdeel van de Royal Welsh Fuseliers.
Er werd Engels geschut in de Westerwijk en in Baarschot opgesteld. Toen de toren als uitkijkpost gebruikt werd, evacueerden veel Diessenaren die in de buurt van de toren woonden. Op 24 oktober arriveerden zo'n 400 man van de Prinses Irene-Brigade, Nederlandse militairen die in Engeland waren opgeleid, in Diessen met de bedoeling de aanval op Tilburg te openen. Ze werden hier ingekwartierd. Toen op 27 oktober Tilburg bevrijd werd, vertrokken de mannen van de Irene-Brigade en was in Diessen het gevaar geweken. Voor Diessen betekende het het einde van de donkerste periode uit de Diessense, maar ook uit de menselijke geschiedenis.
Op 2e en 3e pinksterdag 1945 vierde Diessen met een kleurrijke optocht het bevrijdingsfeest.
Op de wagen in de Julianastraat vůůr het gemeentehuis zien we Justa van Dal J.d. - Tien Jansen J.d. - ? - Miet lommers - Miet Heuvelmans A.d. - Riet Hordijk P.d. - boven Koos Teurlins.
Achter het paard herkennen we enkel Piet Heuvelmans F.z. en Jan van den Hout.




In het boek "In bange en in blije dagen" Diessen in oorlogstijd staat nog veel meer vermeld over de oorlog 1940 - 1945. Kijk op onze pagina boeken over Diessen.



Het wapen en de vlag van de gemeente Diessen

Enkele jaren na de instelling van de gemeente Diessen, in 1815, werden alle gemeenten uitgenodigd hun historische wapen, dan wel het gewenste wapen aan de Hoge Raad van Adel kenbaar te maken. In 1816 deelde de Diessense burgemeester aan de Raad mede dat van het oude Diessen geen wapen bekend was, maar dat er wel wensen bestonden voor het eventuele nieuwe gemeentewapen. Deze waren een ronde vaas met gestileerde voet. gedeeltelijk bedekt met een eenvoudige draperie die werd vastgehouden door een viertal ossekoppen, aangebracht onder de bovenrand van die vaas. Een eenvoudig tekeningetje was bij de brief gevoegd. De bijbehorende verklaring was dat de Diessense bevolking bij het ontbreken van industrie bijna in haar geheel haar bestaan in de landbouw vond. De grond moest voor de winter volledig ingezaaid en bewerkt zijn. De voorgestelde vaas nu was een symbool voor deze verborgen schat, terwijl de draperie of sluier aangaf dat deze schat verborgen was onder 'de gordijnen van het lotgeval'. De ossekoppen gaven aan dat de landbouwer bij zijn werk werd bijgestaan door zijn runderen, die bijvoorbeeld voor de eg of ploeg stonden.
De Hoge Raad van Adel kon zich niet helemaal met dit uitgebreide voorstel verenigen en verleende op 16 oktober 1818 als wapenfiguur een eenvoudige beker met als kleuren blauw en geel, de rijkskleuren, gebaseerd op het oude Naussause wapen. De wapenomschrijving op de akte van wapenverlening uit 1818 luidde: 'zijnde een schild van lazuur, beladen met een beker van goud' (lazuur=blauw).
Op een voorstel van de Hoge Raad van Adel in februari 1954 om alsnog wijziging van het gemeentewapen aan te vragen (de Raad wilde het blauw van het schild vervangen door zwart en tevens de ossekoppen op de beker aanbrengen), is het gemeentebestuur niet ingegaan.
Een officiŽle gemeentevlag kreeg Diessen pas op 22 september 1977. Op die dag ging de raad akkoord met een voorstel van de Stichting voor Bannistiek en Heraldiek. De kleuren van de vlag die zijn van het gemeentewapen (blauw en geel). Daar Diessen een der oudste dorpen van Nederland is, is voorts gekozen voor een keltische driehoekige vlagvorm met afhangende versieringen, die oorspronkelijk rinkelde stukjes metaal waren en nu gesymboliseerd werden door de ruiten. De geschulpte vorm symboliseerde tevens de door de gemeente stromende Reusel. De gouden ring was zowel een symbool voor de beker uit het gemeentewapen als voor het zogenaamde Willibrordusputje bij de kerk. De vlag is officieel in gebruik genomen tijdens een werkbezoek aan Diessen van Commissaris der Koningin J. van der Harten op 16 april 1980.
28
De beker van goud, die het Diessense gemeentewapen siert.(Tekening Ton Derks)
De Diessense gemeentevlag. (Tekening Ton Derks)
Terug
Terug
Een schilderij van burgemeester Maximiliaan M. van Dijck (geboren op 9-3-1829 te Diessen en overleden op 6-5-1900 te Diessen), die van 1863 tot 1900 burgemeester van Diessen was.
Naar boven
Naar boven